Deze kool wordt gekenmerkt door een lange stevige steel met op het uiteinde een toefje bladeren. Op deze steel groeien tussen de 25 en de 70 kleine knoppen die sterk op miniatuurkooltjes lijken. De zijn de eigenlijke spruitjes. Geef in de zomer geen water.
Oogst ze niet te vroeg, spruitjes hebben eerst vorst nodig.
Je kan ze koken of roerbakken.