Geprint vanhttps://www.tuinadvies.nl/artikels/slakken_in_de_tuin

Tuinadvies

Toon alles uit: "Tuinieren"

Slakken in de tuin

Ze kruipen over de grond zonder poten en worden daarom, binnen de wetenschap, ook buikpotigen (Gastropoda) genoemd. Het zijn best boeiende dieren die meer in hun mars hebben dan wij vermoeden. Tenminste 60 000 tot 75 000 soorten slakken bestaan er wereldwijd, dat zijn er heel veel; in onze landen kunnen wij er ongeveer 600 à 700 soorten van ontdekken. Slakken lokken uiteenlopende reacties uit bij vele mensen, of je vindt ze grappig, of je vindt ze heel eng. En als de slakken de weg naar hun geliefde planten vinden, kunnen sommige tuiniers een grondige hekel aan ze krijgen.

Even voorstellen

Alle slakken behoren, binnen het dierenrijk, tot de stam van de weekdieren. Het is de enige soort die ook op het land kan leven maar de meeste slakkensoorten leven in zee. Een slak beschikt over een hart, longen, een spijsvertering- en zenuwstelsel. De stevige voetzool bevat spieren die in- en uitgestrekt worden en zo beweegt de slak zich voort. Ze kruipen met een slakkengang vooruit en lijken te denken: een slak komt er net zo goed als een kikker.
Als een ware conchylioloog (iemand die slakken bestudeert) vertelt een tuinier vaak over dit onuitgenodigde tuindier tegen zijn collega’s. Tuiniers begrijpen elkaar volkomen als ze over deze slijmerige kruipers praten. Je hoort de ergernis in hun stem als ze vertellen over hun half opgegeten aardbeien. Ze bevestigen je verhaal over de moeizame zoektocht naar hun schuilplaatsen. En de tuindames helpen elkaar met allerlei tips om de slijmerige sporen, na de nachtwandelingen van de slakken, te verwijderen of zelfs te voorkomen.
Als je in jouw tuin ook zo een heuse en soms haast ongelijke strijd voert tegen de slakken, weet dan dat je er niet alleen voor staat. Laat je helpen door enkele andere dieren die verlekkerd zijn op een gezonde slak. Lijsters en merels eten een groot aantal slakken per dag. Indische loopeenden worden op verschillende kwekerijen ingezet omwille van hun voorliefde voor een slakkenmaaltijd. Ook spitsmuizen en egels lusten een slak. En als de padden en hazelwormen ze niet te baas blijven, kan elke tuinier zelf wel nog enkele trucs uit zijn mouw schudden.

Slakken met of zonder huisje

De zwarte, Spaanse of grote wegslak, de grote aardslak of gevlekte akkerslak zijn allemaal naakstslakken. De poelslak, wijngaardslak, grote posthorenslak, het wadslakje en vele andere dragen dan weer een huisje met zich mee. Het grote verschil tussen een naaktslak en een huisjesslak is de schelp. Deze beschermt de huisjesslak tegen roofdieren en zorgt ervoor dat de slak in verschillende omstandigheden kan overleven, een heus harnas als het ware. De schelp van een huisjesslak bestaat uit twee laagjes: een hoornachtige buitenlaag en een sterke, kalkachtige binnenlaag. Slakken bestaan voor een zeer groot deel uit water dat ze zeer snel verliezen via hun huid, nodig hebben om slijm te produceren en zich voort te bewegen.
Tijdens de zomermaanden kom je wel eens een zeer rustige huisjesslak tegen op een muur of stam, net een standbeeld. Slaapt deze of leeft die zelfs niet meer? Ook dit is een beschermingsmethode van de slak. Wanneer het zeer droog is in de zomer of heel koud tijdens de winter, kruipt een huisjesslak in de schelp en sluit de ingang af met een dik slijm. Dat droogt op en vormt een watervaste afsluiting (een epifragma). Nog een overlevingstechniek dus.

Knabbelende slakken

Met een loep bij de hand, veel geduld en een grote portie geluk slaag je er misschien wel eens in de rastptong (radula) van een slak te zien. Op dit monddeel staat een lange rij tandjes die als een rasp over het voedsel heen gaan. Met veel geduld voeden ze zich en slagen er in een stevige ondergrond te ‘doorbijten’. Een fris slablaadje is dus geen enkel probleem voor hen. Maar niet alle soorten zijn verzot op verse planten, sommige soorten gaan resoluut voor een menu van dood organisch materiaal, plantaardig afval, paddestoelen of schimmels en de aaseters onder hen lusten graag de resten van dode dieren. Op deze manier helpen ze restanten in de tuin opruimen en geven de slakken voedingsstoffen terug aan de bodem. Ze zijn voor de tuinier dus niet alleen maar storende vreters.

Niet zo welkom

Je kunt slakken vangen met een lokstof en val en ze uitzetten op een vrije plaats.
Een uitgeholde citrusvrucht is een doeltreffende val. Met een ring van kopertape rondom de bloempot kan je ze weghouden van bij de prachtige Hosta’s.
Maak je moestuin niet vlak naast een gracht of composthoop waar de slakken hun eieren graag achterlaten.

Zout gebruiken als bestrijdingsmiddel is af te raden. De slakken sterven een pijnlijke en langzame dood doordat het vocht in hun lichaam zeer langzaam oplost, daarnaast blijft het zout gedurende een lange periode in de bovenlaag van de grond zitten, dat is zeer schadelijk voor alle leven in de bovenste grondlaag.

Een andere manier om slakken weg te vangen in de tuin, is gebruik te maken van slakkenvallen waar gistrijk bier wordt in gegoten. Dit trekt slakken in de buurt aan, en op 1 dag vang je zo al snel een hele hoop van deze slijmerige diertjes.

 


#3513