Geprint vanhttps://www.tuinadvies.nl/artikels/groente_knolvoet

Tuinadvies

Toon alles uit: "Groententuin algemeen"

Knolvoet bij kolen een vervelende kolenziekte

Woord vooraf
Knolvoet is zéér moeilijk te bestrijden. Mede door de groeiende vraag naar allerhande koolsoorten en het steeds populairder worden van bepaalde soorten zoals broccoli, Chinese kool, koolrabi … Maakt dat er intenser gekweekt wordt op dezelfde percelen, zonder vruchtafwisseling, waardoor deze besmet raken met deze grondschimmel en dit voor vele jaren. De ziekte is alom verspreid (wereldwijd), dit al meerdere eeuwen (15e eeuw) en belaagt de kruisbloemigen maar bovenal de koolgewassen. Het gezegde “groeien als kool” is zeker niet toepasselijk als we met de schimmel geconfronteerd worden.


aantasting bij volwassen plant
 



knolvoetaantasting bij jonge plant
 

 

Leefwijze van de schimmel
Knolvoet (Plasmodiophora brassicae) is een slijmzwam met een uitgesproken ziektebeeld, zodat verwarring met andere ziekten uitgesloten is. De schimmel is alleen terug te vinden bij de familie van de kruisbloemigen en meer in het bijzonder bij het geslacht « Brassica » waartoe de koolgewassen behoren. Planten waarop de ziekte gedijt en zich thuis voelt worden « waardplanten » genoemd. Op de wortels van deze planten gaan rustsporen kiemen (= primitieve schimmelzaden) bij een grondtemperatuur van minimum 12° C. Hoe hoger de grondtemperatuur, hoe vlugger en sneller de aantasting. Daarom is de ziekte ook minder uitgesproken bij vroege of late teelt. Na de kieming ontstaan er « zwemsporen » die door watergift of regen naar de wortels van de kolen « zwemmen », binnendringen in wortelscheurtjes en zich vermeerderen. Door celdeling ontstaan de typische gezwellen op koolwortels. Na enige tijd gaan deze knolvormige aanwas rotten, de schimmel blijft achter in de grond en er komen nieuwe rustsporen. Bij de volgende teelt op hetzelfde perceel slaat de schimmel opnieuw toe! Ook op onkruiden die tot de familie der kruisbloemigen behoren blijft de schimmel voortleven (herdertasje, akkerkers, pinksterbloem …).

Ziektebeeld

  • aangetaste wortels van kolen zwellen op tot grote knollen (soms een sinaasappel dik) die in een later stadium rotten
     
  • de bladeren van vooral oudere planten worden slap bij warm weer: dit komt omdat de zieke wortels onvoldoende water kunnen opnemen.
     
  • de bladeren vertonen een typische, loodachtige verkleuring
  • aangetaste planten groeien minder en geven geen volwassen planten
     
  • wanneer de plant uit de grond wordt getrokken ziet men op de wortels van de kool knolvorming die meestal onregelmatig van vorm is
     


loodachtig verwelkte bladeren

Oorzaak

  • gebrek aan vruchtwisseling, steeds kolen of andere kruisbloemigen kweken op hetzelfde perceel
     
  • op grond met een lage zuurtegraad (pH) komt de ziekte vaker voor. Een pH van 5,8 is ideaal voor kieming van de sporen, een pH boven de 7,2 verminderd de infectie.
     
  • koolplanten raken vaker besmet op lichte dan op zware gronden
     
  • hoe vochtiger de grond hoe groter het besmettingsgevaar
     
  • verspreiding van de ziekte kan ook door machines, besmet plantgoed , besmette compostgrond, stalmest van aangetast koolvoeder en de al eerder geciteerde onkruiden
     
  • bodeminsecten (regenworm) kunnen de schimmel verplaatsen
     

Is er een remedie?
De beste remedie is uiteraard voorkomen. Krijgt de schimmel toch een kans dan kan men volgende punten in acht nemen:

  • op besmette grond gedurende zeven jaar geen kolen of andere kruisbloemige planten (Arabis, Alyssum, Iberis …) kweken. Ook de hierboven geciteerde onkruiden vermijden. Zorgen voor vruchtafwisseling is de boodschap
     
  • de zuurtegraad (pH) van de grond verhogen met kalkhoudende meststoffen of met gebluste kalk, kalkcyanamide, overbekalking kan wel leiden tot gebreksziekten bij bepaalde gewassen!
     
  • best op zware, niet te natte grond kweken
     
  • steeds gezonde planten kopen of beter: zaai en pot zelf uw koolplanten in zuivere potgrond vrij van knolvoetziekte.
     
  • geen bladeren of koolstronken op de composthoop gooien, liever in de gft-container
     
  • stalmest gebruiken van landbouwbedrijven die geen kolen voederen aan hun dieren
     
  • er zijn resistente soorten op de markt (bloemkool en Chinese kool zijn het gevoeligst, boerenkool en spruitkool het best bestand)
     
  • kuis (besmet) materiaal goed af of ontsmet vóór gebruik op een gezond perceel
     

Eindconclusie
Beter voorkomen dan genezen.
Ontsmetten of chemische producten helpen nauwelijks en zijn zéér duur. Deze behandeling is zeker “het sop van de kool” niet waard!

Dhr. Weijer zond ons per mail volgende knolvoet ervaringen:

Reeds 25 jaar ben ik lid van de plaatselijke volkstuinvereniging en bewerk ik een perceel grond van 240 m2. Dat ging goed tot de knolvoet-schimmel toesloeg. Na jaren van vruchteloze bestrijdingspogingen vond ik een simpele, doeltreffende oplossing. U weet dat de schimmel zich vooral ophoudt in de bovenste laag van de tuingrond. Wijzelf verspreiden hem door hem aan ons schoeisel overal mee naartoe te nemen. Daarom loop ik hoofdzakelijk op de paden en paadjes en houd ik mijn medetuinders zoveel mogelijk uit mijn perceel; ik ontvang ze vriendelijk aan het begin van het hoofdpad. Ik betreed ook geen tuinen van anderen.

En nu het voornaamste. Naast de gebruikelijke wisselteelt doe ik het volgende. Als ik kolen plant, steek ik op elke plantplek een hele schep grond weg en vul ik het gat met compost (ongeveer 7 liter). De uitgeschepte aarde verspreid ik over de rest van het koolbed en ik zorg dat hij zich niet vermengt met het compost. (Overigens zal het iedereen duidelijk zijn, dat je alle tuingrond zo min mogelijk moet verplaatsen. Ik let daar goed op bij het omspitten van de tuin.) Als alle koolplantjes in hun eigen compost staan, span ik er nog een tuinnet over tegen de koolvlieg, het koolwitje en andere vlinders en na gepaste tijd oogst ik de schoonste kolen. Alleen de koolgalmug bezorgt me nog enige last.

Die compost kunnen wij hier gratis afhalen op de plaatselijke milieustraat. Ze hebben twee soorten; de beste is die gemaakt is van het GFT-afval, omdat die gepasteuriseerd is en dus geen levende onkruidzaden bevat.

In plaats van compost kunt u elke andere grondsoort nemen, als hij maar ziektevrij is. Echte potgrond lijkt mij te “zwaar” en is ook veel te duur.

Ik kan u verzekeren, dat mijn tuin, nadat ik jaren deze methode heb toegepast, voor bijna 100% vrij is van de knolvoetschimmel. U begrijpt dat onze medetuinders enthousiast op dezelfde manier werken. Het is even aanpakken, maar het loont de moeite.


#234

Auteur: Wilfried Van Hecke