menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.nl   /    donderdag 18 april 2024

Zelf aardbeien kweken: zaaien, planten en stekken

Iedereen houdt van aardbeien, toch? Deze kleine smaakbommetjes exploderen in je mond en zijn een ware traktatie! Ze blinken dan ook nog eens uit door hun hoog gehalte aan vitamine C, hun rijkdom aan foliumzuur, kalium en ijzer. En ze zitten boordevol antioxidanten die helend zijn voor ons lichaam.

Kweek je zelf aardbeien dan kan je ze na het plukken onmiddellijk oppeuzelen en is de smaakbeleving des te groter. En iedereen kan het: in de moestuin, in potten, in een kweekbak, kweekzak of plantgoten, zolang ze maar voldoende zonlicht krijgen en genoeg bemest worden. Met behulp van zonne-energie produceren ze heerlijk sappige vruchten die je smaakpapillen verwennen.

Aardbeien kweken

Soorten aardbeien

Er zijn twee verschillende groepen aardbeien, afhankelijk van de plukperiode: enkeldragende of junidragende aardbeien en doordragende rassen. Enkeldragende soorten dragen hun vruchten gedurende een korte periode van 3 à 4 weken, voornamelijk in juni. De bloei- en de oogstperiodes vallen hierbij niet samen.

Soorten aardbeienDoordragende aardbeien hebben een langere oogstperiode die start in juli en zijn hoogtepunt bereikt in augustus en september. In tegenstelling tot de enkeldragende aardbeien, lopen de bloei- en oogstperiodes door elkaar. Door enkeldragende en doordragende rassen te combineren, kun je tot wel 4 maanden lang genieten van zelfgekweekte aardbeien.

Doordragende aardbeien zijn geschikter om in pot te kweken omdat ze meer onderhoud vragen. In de volle grond wordt het vaak moeilijk om de planten goed te onderhouden. Rassen zoals Ostara, Grandian F1, Amandine, Elsanta of Darselect zijn goede keuzes. Een kruidentoren (of ook wel aardbeientoren genoemd) is ideaal voor het kweken in potten.

Enkeldragende rassen zijn uitermate geschikt voor de volle grond, zeker wanneer ze op een bedje van stro liggen zodat de vruchten mooi blijven. Goede, éénmaal dragende rassen zijn Elvira en Korona.

Maar er zijn uiteraard nog veel meer interessante rassen, zoals de doordragende Aardbei des Bois waarvan de smaak te vergelijken is met die van bosaardbeien. Baron von Solemacher zijn bosaardbeien met een hoge opbrengst, ideaal voor plantenbakken. Ook de frambozenaardbei Frau Mieze Schindler of de witte bosaardbei zijn rassen die de moeite waard zijn om te proberen.

Zelf aardbeien kweken

Je kunt aardbeien zowel zaaien als planten. Als je begint met zaden, vereist dit natuurlijk wat meer werk, maar het geeft je des te meer voldoening. Met een zaaitray kan je de zaden voorzaaien (doorgaans vanaf februari), gebruik hiervoor zaai- en stekgrond.

  • Zaai ze niet te diep want de zaadjes hebben licht nodig om te kiemen. Druk de grond niet te hard aan.
  • Houd de aarde licht vochtig.
  • Plaats de tray op een lichte, zonnige en warme plaats.
  • Wanneer de zaden gekiemd zijn, de plantjes een 2 tal cm groot zijn en ze 2 tot 3 blaadjes hebben, dan is het tijd om ze te verspenen naar een grotere pot, vierkante of ronde kweekpotjes zijn hiervoor ideaal.
  • Uitplanten doe je best na de IJsheiligen. Voor een optimale groei is een temperatuur van 18 tot 20° C ideaal. Om ze af te harden zet je ze in het begin enkel overdag buiten om ze na 14 mei definitief naar buiten te verplaatsen.

Aardbeien in pot kweken

Aardbeien zijn niet kieskeurig en gedijen goed op bijna elke grond, op voorwaarde dat ze veel compost en zonlicht krijgen. Zorg er wel voor dat de grond niet te nat wordt. Kweek je aardbeien in de volle grond dan doe je dit best op verhoogde bedden. Plant je aardbeien, maak de grond dan goed los en verrijk met compost of bodemverbeteraar, maar vermijd kalk.

Plant je in potten, leg dan een laag hydrokorrels op de bodem of meng watergelkristallen door de potgrond voor een goede drainage en vochthuishouding. Vergeet niet om de planten regelmatig van voeding te voorzien.


Aardbeien stekken

Aardbeienplanten gaan niet eeuwig mee, na 2 tot 3 jaar zijn ze aan vervanging toe want de oogst neemt af en de opbrengst wordt steeds kleiner. Gelukkig zorgen ze zelf voor het nageslacht. Elke plant vormt, meestal rond eind juni of juli, meerdere uitlopers. Het zijn kleine babyplantjes die aan het uiteinde van een stengel groeien. 

Aardbeien stekkenHet eerste jaar knip je ze gewoon weg omdat ze de moederplant uitputten. Vanaf het tweede oogstjaar kan je de uitlopers gebruiken als nieuw plantgoed. 

  • Vul kweekpotjes met potgrond en zet ze onder de uitlopers.
  • Maak de stengels voorzichtig vast met een grondpin zodat ze goed kunnen wortelen.
  • Als ze voldoende geworteld zijn mag je de stengel, de navelstreng, losknippen van de moederplant.
  • Plant ze uit in potten of op een nieuw bed in de volle grond.
  • Laat 30 cm tussen elke plant en 60 cm tussen de rijen.
  • Enkeldragende aardbeien moeten vóór 15 augustus in de grond, doordragende kan je tot eind september planten.
  • Zorg steeds voor voldoende meststof en gebruik bij voorkeur specifieke meststof voor fruit.

Je kan de uitlopers ook vroeger (in juni) afknippen en op water zetten tot ze wortels hebben gevormd. 

Pluk- en bewaartips

Pluk de aardbeien pas als ze volledig rood zijn geworden. Wil je de oogst niet delen met vogels, scherm ze dan af met een geschikt net. De vruchten zijn kwetsbaar en moet je met zachtheid behandelen. Breek het steeltje of knijp het af met je nagel om de aardbei zelf niet te beschadigen. Pluk ze regelmatig zodat ze geen kans maken om te rotten. 

Aardbeien kan je niet lang bewaren en smaken het best als ze vers geplukt zijn. Houd ze bij voorkeur op kamertemperatuur en bewaar ze niet in de koelkast. Teveel aardbeien kan je ook verwerken tot jam of invriezen.

 



#3013Inge

Auteur: Inge
Redactie Tuinadvies

Terug naar boven icoon