Geprint vanhttps://www.tuinadvies.nl/artikels/soorten_mezen_en_meesjes

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.nl   /    maandag 22 juli 2019

Soorten mezen in de tuin!

Meesjes kan je het gehele jaar door in bijna elke tuin vinden al worden onze nestkasten het meest door kool- (Parus major) en pimpelmezen (Parus caeruleus) bewoond. De koolmees is de grootste van de twee met een grootte van circa 14 cm. Het is een opvallend gekleurd vogeltje met een zwarte kap en witte wangvlekken. De zwarte kap omvat de ogen en loopt rond de wangen in de hals of bef over in een zwarte band die de felgele borst in twee verdeeld. De vrouwtjes zijn over het algemeen iets valer gekleurd dan de mannetjes. Koolmeesjes zijn net als alle meesjes acrobaten en houden van mezenbollen, pindanetjes en zonnebloempitten. Ook in een pot pindakaas vind je ze doorgaans al smullend. Een nestkast met een invliegopening van 32 mm is geschikt voor dit bonte vogeltje.

De pimpelmees is net iets kleiner, circa 12 cm, minstens even slim en misschien wel behendiger dan de koolmees. Ik heb de indruk dat de rollen de laatste jaren flink zijn omgedraaid. Ik zie tegenwoordig meer pimpelmeesjes dan koolmeesjes in de tuin terwijl dit pakweg 5 jaar geleden net andersom was. Ook deze mees heeft witte wangen maar de kap is blauw net als het achterhoofd, de bef is zwart en staat niet in verbinding met de dito borstband op de eveneens gele borst. De blauwe kap omvat de ogen niet, zij zijn gevangen in een mooie donkere bijna zwarte oogstreep waardoor het lijkt alsof deze kleine acrobaat een maskertje overheen het witte gezicht draagt. Op de voedertafel of aan de mezenbollen en pindanetjes zijn ze concurrenten van de koolmezen, ze wisselen elkaar af…beurt om beurt. Ook zij zullen hun nest in een kast met een invliegopening van 32 mm maken maar wijken uit voor een dominant paartje koolmezen indien die aanwezig zijn. Een invliegopening van 28 mm is ideaal voor deze pientere tuinvogeltjes, voor koolmezen is deze diameter te klein.

Een leuke tuingast, al zie ik ze enkel in de winter, is de zwarte mees (Parus ater). Het is een meesje met de grootte van een pimpelmees, doch iets meer gedrongen, terwijl het uiterlijk meer naar de koolmees gaat al heeft deze soort geen enkel spoor van geel in het verenkleed. De relatief grote kop heeft wel een zwarte kap en brede zwarte hals, de kap omvat de ogen en de wangvlekken zijn eerder grauwwit dan wit. Een belangrijk herkenningspunt en verschil met bijvoorbeeld de matkop (Parus montanus) is de bleke opnieuw grauwwitte vlek op het achterhoofd in de zwarte kap. De borst is zacht- beige tot oranjebruin aan de vleugels die duidelijke bleke vleugelstrepen hebben, de borstband is afwezig. Ook de zwarte mees vind je sporadisch al broedend in een mezenkast, ook zij verkiezen de kleinste diameter, 28 mm. Ze houden van naaldbossen.

De matkop heeft dezelfde grootte en ook de kleuren zijn gelijkaardig. Toch noem ik deze kleine mees ‘mooier afgewerkt’ dan zijn voorganger. Opnieuw omvat de zwarte kap de ogen, de zwarte bef is smal waardoor de wangen groter lijken en mooi overlopen in de bleke, beige tot lichtbruine borststreek zonder band. Ook dit klein juweeltje is een holenbroeder en kan sporadisch een pimpelmezennestkast als woonst verkiezen. Om het nog wat moeilijker te maken heeft dit vogeltje een nagenoeg identieke tweelingsoort, de glanskop (Parus palustris). De zwarte bef of hals van de glanskop is iets kleiner dan die van de matkop en de zwarte kap zou in theorie meer moeten glanzen! Ook de zang van beide vogeltjes is duidelijk verschillend. De glanskop komt vooral voor in streken met een volwassen beukenbestand terwijl de matkop zowel naald- als loofhout verkiest in combinatie met dicht struikgewas.

soorten mezen en meesjes witkopstaartmees Aegithalos caudatus caudatusEen uitzonderlijke soort, de kleinste maar dan wel die met de langste staart, is de staartmees (Aegithalos caudatus).
Van een groep staartmezen word ik gelukkig.
Ze zijn snel, met velen en heel luidruchtig. Ze bezoeken de voederplaatsen meerdere keren per dag en zijn nooit alleen, ze vormen groepen van 20 tot 60 individuen en laten nooit iemand achter, er wordt altijd en overal op iedereen gewacht, samen uit…samen thuis.
Zoals ik al zei, zijn ze 14 cm groot waarvan de helft staart. Het lichaam is zwart, wit en roze waarbij het zwart voornamelijk op de rug, vleugels en staart is terug te vinden.
Ook de kleine kop heeft enkele opvallende zwarte strepen tenzij het om de minder voorkomende noordelijke soort en wintergast gaat, de witkopstaartmees (Aegithalos caudatus caudatus). Staartmezen bouwen een bolvormig nest van mos met een kleine zij- ingang.
Je vindt ze niet terug in nestkasten. Deze kleine pluizenbolletjes zijn zo bijzonder dat ze een eigen familie vormen lost van de zogenaamde ‘echte mezen’!

Tot slot een woordje over de kuifmees met de prachtige Latijnse benaming Parus cristatus. Ik ben altijd een tikkeltje jaloers als iemand mij komt vertellen dat ze een kuifmees hebben gespot. Deze circa 12 cm grote bewoner van naaldbossen is een prachtige verschijning met een geweldige zwarte kuif die het verlengde vormt van het mooie zwart- grijs, als het ware geschubde, voorhoofd. De kuifmees heeft een zwarte oogstreep en dito bef die overloopt in een mooie fijne halsband. De halsband accentueert de mooie witte contouren van de wangen en het achterhoofd. Het gezichtsmasker is eerder grijs net als de borststreek al neigt die geelbruin te worden richting de vleugelranden.
Wist je dat deze leuke soort enkel in Europa voorkomt en nergens anders ter wereld. Je hebt meer kans op een kuifmees in de tuin met een berkenboom in de buurt. Dit hout is namelijk zacht genoeg voor het uithakken van een kuifmezennest, ook nestkasten worden sporadisch door deze gekuifde schoonheid bezocht!

#4982

Auteur: Thomas
Redactie Tuinadvies
http://www.tuinadvies.be/tuin/145930/thomas-p