Geprint vanhttps://www.tuinadvies.nl/artikels/lieveheersbeestjes_in_de_tuin

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.nl   /    donderdag 22 augustus 2019

Lieveheersbeestjes in de tuin

lieveheersbeestjes in de tuin

Lieve beestjes
Freyafugle, vogel van de godin Freya, is de oorspronkelijke Germaanse naam van het lieveheersbeestje. Later werd dit onzenlievevrouwebeestje of lieveheersbeestje. In vele streken geeft men een andere naam aan dit kleurrijke insect zoals pimpampoentje, hemelbeestje, pieternelletje, koffiemolentje, boterbeestje, piepauwtje en zelfs boerinneke en vaderzoentje. Welke naam het ook draagt, voor velen staat dit kleine dier symbool voor vredevolle of menslievende initiatieven.

Even voorstellen
Dit kleine insect maakt deel uit van de orde van kevers. Alleen al in België en Nederland bestaan er 60 verschillende soorten, zonder of metzelfs 24 stippen op kleurrijke schilden. Het aantal stippen vertelt ons niets over hun leeftijd maar alles over de soort waartoe het behoort. Het lieveheersbeestje is slechts enkele millimeters groot en zoekt met behulp van 2 voelsprieten en 6 poten zijn weg naar voedsel. Tijdens de winter houden lieveheersbeestjes hun winterslaap in kleine groepen, onder boomschors, bladeren of in gleuven en kieren van onze huizen.

Biologische bestrijding
Vele lieveheersbeestjes en hun larven zijn dol op bladluizen, ze eten er tot 80 per dag op. Tijdens de maanden juni en juli hebben planten als de brandnetel of distel veel last van bladluizen. Als je deze planten eens van dichtbij bekijkt, vindt je wel eens een vreemd, grijs beestje met gele vlekken dat een beetje op een rups lijkt. Dat is de larve van een lieveheersbeestje. Deze larve ontwikkelt zich uit een eitje en verpopt zich later tot het gekende lieveheersbeestje. De aanwezigheid van lieveheersbeestjes in de tuin hangt af van de hoeveelheid bladluizen.

larve van een lieveheersbeestje
Foto: larve van het lieveheersbeestje

lieveheersbeestjes en bladluizen Tijdens een koud voorjaar zullen er minder bladluizen en dus ook minder LHB aanwezig zijn. Wanneer het warmer wordt neemt het aantal bladluizen toe en stijgt ook het aantal LHB. Maar bladluizen laten zich niet zomaar opeten, sommigen scheiden een kleverige stof af die de kaken van het LHB doen vastkleven en terwijl deze laatste zijn kaken vrijmaakt ziet de bladluis haar kans om te ontsnappen. Een enkele soort eet ook planten, bijvoorbeeld het heggenranklieveheersbeestje, dat eet geen bladluizen maar bladeren van de heggenrank of komkommer- en pompoenplanten.

Felle kleuren
Insecteneters, zoals vogels, weten zeer goed dat felle kleuren een niet mis te verstane boodschap geven en zoeken liever nog een eindje verder naar voedsel dan een fel gekleurd lieveheersbeestje op te eten. Het oranje schild valt heel goed op tussen groene bladeren en planten. In noodgevallen beschikt het lieveheersbeestje ook over een bijzondere reflex, reflexbloeden is de juiste term voor dit verdedigingsmechanisme. Wanneer een hongerige vogel met zijn bek tegen het lichaam van een lieveheersbeestje aan tikt, scheidt het een geel vocht af dat stinkt en vies smaakt. Een goede reden voor de vogels om dit fel gekleurde insect met rust te laten. Het lieveheersbeestje trekt daarbij zijn poten en antennes onder het dekschild en doet alsof het dood is. En wanneer de vijand verdwenen is, rolt het lieveheersbeestje terug op zijn poten en vliegt snel weg.

Voortplanting
Het lieveheersbeestje legt tot 125 ovale, gele eitjes in hoopjes aan de onderkant van bladeren of tussen schors in de buurt van voedzame luizen. Vervolgens doorlopen ze vier stadia van larve en verpopping tot ze uiteindelijk hun volledige volwassen gedaante vertonen. Deze cyclus duurt 6 weken. In enkele uren tijd verkleuren ze van oranje naar rood en verschijnen de stippen op hun schild en vanaf dan vliegen ze, op eigen kracht, de wereld in.

#4004