Geprint vanhttps://www.tuinadvies.nl/artikels/klein_ongedierte_top_10_1

menu
Tuinadvies

Klein ongedierte top 10 (deel 1): aaltjes, luizen, mieren, kevers en mijten

Aaltjes (orde: Nematoden)

Aaltjes of nematoden zijn microscopisch kleine ongelede diertjes. Ze kunnen zowel nuttig als schadelijk zijn.
Nuttige aaltjes zijn degene die gebruikt worden om andere plaagdieren zoals lapsnuitkevers, naaktslakken en taxuskevers te bestrijden.
Vele soorten spelen ook een belangrijke rol bij de afbraak van organisch bodemmateriaal. Schadelijke aaltjes zijn de oorzaak van enkele veel voorkomende plantenplagen zoals verwelking, geel verkleuring, blad en stengelvervorming en slechte groei. In de bodem levende aaltjes richten vooral veel wortelschade aan en dringen de plant niet binnen. Sommige aaltjes kunnen via het sap dat ze opzuigen bij de waardplanten virussen overzetten van zieke op gezonde planten.
Het stengelaaltje (Ditylenchus dipsaci) en het wortelknobbelaaltje (Meloidogyne ssp.) leven van een achthonderd tal waardplanten waaronder aardbeien, narcissen en uien terwijl het chrysantenbladaaltje (Aphelenchoides ritzemabosi) en het aardappelcyste-aaltje (Globodera rostochiensis en G. pallida) vaker waardplantspecifiek zijn.

Je kan aaltjes biologisch bestrijden door het aanplanten van verschillende planten die via de wortels aaltjesdodende stoffen afscheiden zoals Tagetes, Echinops en Helenium - soorten. Zaai en stekbedden overgieten met heet water is ook een efficiënte manier om aaltjes te bestrijden.

Kevers (orde: Coleoptera)

's Werelds grootste orde der insecten, met 300 000 beschreven soorten zijn deze insecten met afwijkende voorvleugels en harde, ondoorzichtige dekschilden goed vertegenwoordigd op onze planeet. Veelal kunnen ze vliegen al doen ze dit meestal over korte afstanden. Je vindt ze op of in de bodem, op of in plantenonderdelen, onder stenen of in afval zoals bodemstrooisel of mest. Met hun scherpe kaken verorberen ze zowel houtig als zachte materie.
Kevers ondergaan een volledige metamorfose van larve tot volwassen exemplaar. De meeste larven hebben drie paar poten, sommigen zijn pootloos. Zowel kevers als larven kunnen ernstige schade aanrichten, toch zijn sommige exemplaren zeer nuttig als roofinsect zoals het zevenstippelig lievenheersbeestje (Coccinella septempunctata) waarvan zowel de larven als de kevers zich voeden met tal van bladluizen.


Lieveheersbeestjes voeden zich met bladluizen

Andere keversoorten kunnen op vele manieren schade aan planten aanbrengen: de taxuskever (Otiorhynchus sulcatus) zorgt als larve voor vraatschade aan plantenwortels terwijl een volwassen exemplaar zich voedt met bladgroen. Ook bloemen, vruchten en zaden kunnen door verschillende soorten worden aangetast zoals de frambozenkever (Byturus tomentosus) en de appelbloesemkever (Anthonomus pomorum), deze laatste soorten zijn veelal waardplantspecifiek.

(Blad)luizen (orde: Aphididae)

Deze insecten vind je vaak terug in grote groepen opeengepakt op bladstengels of bladeren. Ze hebben sapzuigende monddelen en kwetsbare, doorschijnende lichamen. Ze voeden zich met plantsappen waardoor zij met z'n allen de plant verzwakken. Ze zitten vooral op de zachte plantdelen zoals bladeren en jonge twijgen omdat het sap daar het meeste voedingsstoffen bevat. Bladeren en jonge twijgen misvormen ten gevolge van deze invasie. Bladluizen planten zich enorm snel voort en vormen zo heel grote kolonies. Zo is bewezen dat de vrouwelijke zwarte bonenluis onder ideale omstandigheden, zonder aanwezigheid van predatoren, in drie maanden tijd voor 2 000 000 000 000 000 nakomelingen kan zorgen. Roofinsecten zorgen gelukkig voor een vrij hoog sterftecijfer onder de nakomelingen zodat epidemische omstandigheden worden vermeden. Stammoeders zijn zonder bevruchting levendbarend, sommigen hebben vleugels en migreren zo naar allerlei planten.
Het teveel aan opgenomen suikers wordt afgescheiden onder de vorm van honingdouw. In combinatie met honigdouw groeit een schimmel, roetdauw, die de planten ontsiert en de stofwisseling van het blad beperkt.


Mieren beschermen bladluizen tegen vijanden en krijgen een zoete honingdauw als beloning.

Mieren (Orde: Hymenoptera)

Mieren komen meestal voor in grote kolonies met een strikte arbeidsverdeling. De drie belangrijkste soorten zijn de zwarte wegmier (Lasius niger), de rode mier (Myrnica spp.) en de gele weidemier (Lasius flavus). Een mierenvolk kan tot één miljoen mieren tellen. Enkel de koningin legt eieren terwijl de werksters (onvruchtbare wijfjes) haar voeden, het nest bouwen, de eieren bewaken en de larven voeden. Oudere werkster specialiseren zich ik het verzamelen van voedsel buiten het nest die ze opslaan in een deel van het darmkanaal en doorgeven aan hongerige mieren.
Mieren in en rond het huis worden vaak als hinderlijk beschouwd. Ze ondermijnen het gazon waardoor droge plakken ontstaan. Hun zandhoopjes zijn een opstakel voor de gazonmaaier en bijten kunnen ze als geen ander. Ze kunnen op verschillende manieren worden aangepakt -binneshuis of buitenshuis, op het terras of in het gazon- voor elk probleem bestaat een oplossing. In de woning kan je gebruik maken van een mierenlokdoosje. De lokstof wordt door de werksters naar het nest gebracht en zo wordt de kolonie op korte tijd uitgeroeid. Bovendien is het lokdoosje een veilige oplossing voor kinderen en huisdieren. In en rond de woning kan ook gewerkt worden met kant en klare poeders en spuitbussen. Voor grote oppervlakken zoals terras en gazons gebruiken we best geconcentreerde producten die we oplossen in een grote hoeveelheid water. Er bestaan ook producten op rechtstreeks in het nest te verschuiven. Elk product moet namelijk via de werksters het nest bereiken aangezien het overgrote deel van de kolonie het nest zelden of niet verlaat. Er zijn ook verschillende biologische bestrijdingsmiddelen zoals kokend water, rode peper, knoflookpoeder, koffiedik, kruidnagel en sommige plantensoorten zoals goudsbloemen, afrikaantjes, bieslook, munt, en lavendel.

Mijten (Orde: Acariformes)

Mijten behoren tot dezelfde familie van de spinnen dus hebben ze geen drie maar vier paar poten. Vele soorten voeden zich met rottend tuinafval, andere mijten en insecten. Sommige groepen worden zelf ingezet als biologische bestrijding tegen verschillende plaagdieren. De spintmijten vormen een schadelijke groep voor vele gewassen. Ze voeden zich met het sap van de planten waardoor lichte vlekjes op het blad ontstaan. Bij ernstige aantasting vormen de spintmijten zijdeachtige webben. Andere schadelijke mijten zijn de galmijten die niet alleen sappen opzuigen maar ook nog een chemische stof injecteren waardoor er op de plant vervormde gezwellen ontstaan. mijten kunnen zicht bijzonder snel voortplanten en moeten bestreden worden met een speciaal acaricide tegen koudbloedige insecten.


#3530

Auteur: Thomas
Redactie Tuinadvies
http://www.tuinadvies.be/tuin/145930/thomas-p