Tuintip - Verse groentinten

Frisgroene tinten nemen de tuin over en magnolia’s barsten enthousiast in bloei. Mezenpaartjes laten de voedertafel stilaan achter zich en gaan op zoek naar een geschikte nestkast, terwijl krokussen en narcissen de lente volop aankondigen. Geniet ervan met volle teugen, maar vergeet niet: in onze snel ontwakende tuinen wacht ook weer heel wat werk!

Wat te doen in de tuin?

Siertuin

Je kan nog volop aanplanten, verplanten, scheuren en delen. Denk daarbij goed na over je plantkeuze: standplaats, bodemtype en planteigenschappen bepalen samen het succes.

Een haag is bovendien niet zomaar een haag. Kies je voor beuk of haagbeuk? Bladverliezend of wintergroen? Een loofhaag of eerder een conifeer? Overweeg zeker ook een gemengde haag: die verhoogt de biodiversiteit en oogt levendiger.

Zomerbloeiende bollen mogen stilaan de grond in, zoals anemonen en gladiolen. Vorstgevoelige soorten hou je voorlopig nog binnen; eucomis en tigridia plant je beter vanaf volgende maand.

Dahlia’s kan je makkelijk stekken: snij scheuten van zo’n 10 cm net onder een bladknoop af, verwijder de onderste bladeren en zet ze in een mini-serre bij minstens 10 °C.

Hoewel slakken nog niet massaal opduiken, hou je je planten best goed in de gaten. Door de zachte winter zijn er weinig eitjes kapotgevroren, dus een slakkenplaag ligt op de loer. Je kan ze manueel verwijderen, maar ook vallen plaatsen met bier (slakken zijn dol op gistgeur) of andere lokmiddelen. Mengsels van melk, water en gist werken eveneens.
Nog beter: help de natuur een handje en voorzie schuilplekjes voor padden en egels. Zij zijn je beste bondgenoten in de strijd tegen slakken.

Een hardnekkig misverstand: niet alle slakken zijn schadelijk. Huisjesslakken zijn juist nuttig en voeden zich vooral met dood plantenmateriaal. Af en toe knabbelen ze aan vers blad, maar dat is eerder uitzondering dan regel. Ze eten zelfs soms de eitjes van naaktslakken. De echte boosdoeners zijn de naaktslakken: vraatzuchtige nachtdieren die zich overdag verschuilen en bij vochtig weer flink toeslaan. Toch krijgt vaak de onschuldige huisjesslak de schuld.

Kleinfruit en groentetuin

  • Geef bessenstruiken een laagje compost. Bij vroegbloeiende fruitbomen kan je de bloesems beschermen tegen vorst met een doek.
  • Leg pootaardappelen in een kistje op een koele, lichte plek zodat ze kunnen voorkiemen.
  • Groenten die traag kiemen, zoals prei, peterselie en selderij, kan je nu al zaaien.
  • Raapjes kan je al bij lage temperaturen zaaien: ze kiemen snel. Na het uitdunnen kan je het jonge blad gebruiken in salades, en tegen mei oogst je de kleurrijke knolletjes.
  • Ook spinazie kan al gezaaid worden. Werk vooraf voldoende compost in de bodem, want spinazie vraagt wat extra voeding.

Tip: zaai eens voor in eierdozen of wc-rolletjes. Knip ze in stukken, vul ze met potgrond en zet ze samen in een schaal zonder gaten. Zodra de plantjes opkomen, kan je ze met het karton uitplanten. Dat houdt vocht vast en verteert vanzelf in de bodem.