Idealiter worden knotwilgen om de 5 à 7 jaar geknot. Daarbij verwijder je de takken opnieuw ter hoogte van de oude snoeiwonde. Laat altijd een mooie kraag staan, met een lengte die ongeveer overeenkomt met de dikte van de afgezaagde tak.
Hoewel de knotwilg een typische landschapsboom is, kan dit klein landschapselement perfect een plaats krijgen in de tuin.
Een knotwilg aanplanten is verrassend eenvoudig. Neem een rechte tak met een diameter van 5 tot 10 cm en een lengte van ongeveer 250 cm, en steek die 30 à 50 cm diep in de grond. Tegen maart of april zal de tak al stevig geworteld zijn en jonge scheuten vormen, van onder tot boven.
Zodra de knot mooi dik is, wordt hij een echte hotspot voor tuinleven. Vogels nestelen erin, insecten vinden beschutting in het houtmolm van oudere bomen en zelfs zaden kunnen er ontkiemen. Het is niet ongewoon om bijvoorbeeld een vlierstruik bovenop een knotwilg te zien groeien. Leuk weetje: een volledig in blad staande knotwilg kan tot 100 liter water per dag verdampen - ideaal dus voor wie een natte tuin heeft.
Knotwilgen plant je bij voorkeur in het najaar, maar tot eind februari kan het nog perfect. Hou er wel rekening mee dat ook een knotwilg, eens volwassen, flink wat ruimte inneemt.
Niet alleen wilgen, maar ook essen en elzen kunnen worden geknot en behoren tot het zogenaamde opbrengsthout. Het snoeien van bomen kan, afhankelijk van de temperatuur, nog tot eind februari.
De snoei van druiven daarentegen moet nu echt afgerond zijn. Zeker bij zachte temperaturen is de kans groot dat druivenstokken gaan ‘bloeden’ als je te laat snoeit.