Geprint vanhttps://www.tuinadvies.nl/tuinvrienden/forum/16/cs-algemeen/21836/over-maretak-ondergrondse-knollen-purperen-regen-en-gouden-ballen-een-alternatief-chileens-kerstverhaal---episode-1

menu
Tuinadvies
0

Over maretak ondergrondse knollen purperen regen en gouden ballen een alternatief Chileens kerstverhaal Episode 1

Ga naar meest recente reactie

AlainFSD

Het kerstseizoen komt eraan en om min of meer in de stemming te blijven wil ik het hier graag even hebben over een deel van mijn Chili reis uit het najaar van 2004.
Het eigenlijke verhaal begint aan de bar van de Duinse Polders in Blankenberge tijdens de ELK van 2003. Ik sta er een biertje te drinken met Marlon Machado, een Braziliaanse jongeman die zich aan het voorbereiden is op zijn studies plantenkunde in Zurich, Zwitserland en een vage Brits/Nederlandse kennis die luistert naar de naam Paul Klaassen. Naar mate het bier vloeit worden de verhalen avontuurlijker en de anecdotes straffer . Ik vertel er hen onder andere over mijn maandlange trektocht met rugzak doorheen Cuba op zoek naar Melocactussen eerder dat jaar.
Blijkbaar is daar toch wat van blijven hangen want enkele weken later krijg ik een mail van Paul Klaassen (PK) waarbij hij me uitnodigt om samen met hem en enkele vrienden erop uit te trekken naar de Atacama woestijn in Chili eind 2004. Ik vraag 24 uur bedenktijd en zeg toe. We spreken af om na het boeken van onze vlucht de details te bespreken tijdens de ELK van 2004, enkele weken voor onze afreis naar Santiago de Chile. Tussen pot en pint schuiven twee andere Nederlanders een stoel bij. Marijke (MH) en Bart Henschel (BH), deze twee heel lieve mensen vertellen ons dat onze en hun reisdata elkaar gedeeltelijk overlappen en ze vragen of ze een stukje kunnen meereizen tijdens het Chili avontuur. Geen bezwaar, we spreken af elkaar te ontmoeten rond half oktober in het mijn- en havenstadje Taltal.
Paul vraagt me ook wat ik in elk geval zou willen zien tijdens deze reis. Wetende dat PK een groot Copiapoa liefhebber is besef ik dat ik hem op dat terrein onmogelijk kan overtroeven en half grappend vertel ik hem dat ik heel graag cactusvogellijm zou willen zien en de legendarische Euphorbia copiapina (ik ben al heel lang een Euphorbia liefhebber en wens dit niet te verloochenen in functie van wat toch hoofdzakelijk een Copiapoa reis zal worden) . Omdat PK niet vertrouwd is met het woord vogellijm, vertel ik hem dat dit het Vlaamse woord is voor maretak, aka mistletoe. Grijnzend zegt hij dat deze beruchte Tristerix aphyllus alomtegenwoordig is op Tricocereus chilensis (nu Echinopsis chilensis) maar dat ik zonder precieze gps locatie nooit of te nimmer Euphorbia copiapina’s zal kunnen vinden.
Half teleurgesteld zeg ik hem dat Frank Vincent’s Euphorbia site gewag maakt van ‘sanddunes around the city of Copiapo’. PK heeft er geen goed oog in en verklaart deze omschrijving als ruim onvoldoende vanwege de enorme hoeveelheid duinen rond betreffende stad. Geen nood, ik weet immers dat ons een fantastische tijd staat te wachten in de droogste woestijn op aarde. De Atacama wordt immers ‘El desierto del desiertos’ genoemd.
PK en een oudere Britse vrouw, Anne Adams (AA) vertrekken uit Londen, Heathrow in de namiddag op 30 september terwijl ik ongeduldig sta te popelen aan de incheckbalie van de luchthaven in Brussel. Eerder die dag werd immers voor het eerst in de vaderlandse geschiedenis Brussels Airport volledig platgelegd omdat er werd beslist dat het Europese HQ van de pakjesdienst DHL zou verhuizen van Brussel naar Duitsland, DHL is op dat moment al een poos een dochterbedrijf van Deutsche Post dus die verhuis was al bij al nogal voorspelbaar ondanks de politieke commotie daarover in ons land.
Gelukkig wordt in de late namiddag de staking beëindigd en aldus ontmoeten we elkaar bij het inchecken na overstap in de luchthaven van Frankfurt A.M.
Wanneer we in Chili zijn aangekomen rijden we met onze huurauto vanaf Santiago naar het noorden. Het wordt er steeds droger en reeds op dag twee zie ik er voor het eerst Tristerix aphyllus welig tieren op een Tricocereus chilensis wanneer ik even mijn benen strek terwijl PK onze wagen voltankt, we zijn nu op weg van Pichidangui naar Vallenar.
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
Deze parasiet is hier in zijn vruchtstadium te zien en dat betekent dat de met bessen bezaaide Trichocereus gedoemd is om de Tristerix aphyllus in zijn meterslange lijf te gedogen.
Parasieten komen wel meer in de plantenwereld voor, maar deze Tristerix is echt een buitenbeentje, al was het maar omdat cactussen zo goed als immuun zijn voor plantaardige parasieten, niet zo met dit creatuur. Wanneer een zaadje van Tristerix aphillus op een T. chilensis kiemt breekt deze met zijn wortel door de epidermis van deze Trichocereus. Het wortelgestel van de parasiet wordt vanwege zijn specialisatie ook wel een haustorium genoemd.
(Het ons allen bekende meeldouw heeft ook zo’n haustorium waarmee het zijn voedsel ontrekt aan de bladeren van zijn gastheer.)
Wanneer dit haustorium erin slaagt om zich door de toch vrij taaie cactushuid te boren komt die in contact met het vlezige binnenweefsel van het slachtoffer. Omdat het zachte weefsel weinig tot geen weerstand biedt spreidt het haustorium zich moeiteloos uit tot het bij de vaatbundels van de plant is aanbeland.
Wanneer een parasiet er niet in slaagt om deze vasculaire kanalen te bereiken zal ze sterven omdat ze slechts waterige cellen vindt zonder voedzame suikers . De parasiet sterft dan door uithongering.
Niet zo met Tristerix aphyllus uit de familie van de Loranthaceae. Deze vindt zijn weg binnenin tot op de vaatbundels. Het haustorium heeft als eigenschap steeds naar de donkerste plek te groeien wat hem zonder uitzondering richting cactus leidt en niet zomaar in alle richtingen zodat geen nodeloze energie verloren wordt.
Wanneer het haustorium tenslotte de cortex van zijn gastheer bereikt gebeurt er iets eigenaardigs. De parasiet sterft ogenschijnlijk. Het is een parasiet en had dus nooit de mogelijkheid om na kieming tot een volwaardige plant uit te groeien zonder gebruik te maken van zijn gastheer. Het enige dat het kon doen en ook deed was een aantal van die haustorium cellen in de cactuscortex zien ‘te smokkelen’. Dan verandert de parasiet van tactiek. De paar cellen die ze in de cortex wist te brengen beginnen zich te vermenigvuldigen en zo wordt een netwerk van cellen gevormd in de Tricocereus tot deze de suikerrijke vasculaire bundels bereiken. Nu de Tristerix cellen voedsel hebben aangeboord beginnen ze exponentieel te groeien in de gastheer. Dit doet ze zo voortreffelijk dat de cactus geen weerstand biedt en er nooit verkurking of een andere vorm van necrose werd vastgesteld bij onderzoek van aangetaste planten. Na de exponentiële groei komen de cellen voor hetzelfde probleem te staan als bij de weg naar binnen. Wanneer de haustoriumcellen aan de binnenzijde van de cactus tegen het epidermis beginnen te drukken vormen ze er zich om tot een klonterig bundeltje cellen ter grootte van een erwt. Deze ‘erwt’ verhoogt de druk tegen de cactushuid door te groeien tot ze er uiteindelijk doorheen weet te breken. Nu breken de bloemen van de parasiet doorheen deze openingen in de cactushuid en begint zo aan haar bloei. Vogels worden aangetrokken door de bloemen, bevruchten deze, eten van de vruchten en verspreiden deze zaden na doortocht door hun darmstelsel op een volgend slachtoffer dat op zijn beurt wordt geïnfecteerd. Na de bloei en de vruchtzetting sterft het uitwendige deel van Tristerix aphyllus af terwijl het inwendige deel overleeft en zich voorbereidt op een volgende cyclus. Er wordt verondersteld dat de parasiet zijn uitwendige deel laat afsterven omdat door verdamping de gastheer te veel energie zou verliezen en dat door het laten afsterven van dat uitwendige deel de Tricocereus chilensis voor uitdroging wordt behoed. Wanneer de gastheer sterft pleegt een parasiet immers zelfmoord. Bij erg milde en vochtige zomers werd wel vastgesteld dat Tristerix soms zijn externe delen behield. Inmiddels mag ook blijken dat de meeste Trichocereusen hier erg gezond zijn en er zelf enkelen staan te pronken met bloemen
[afbeelding verwijderd niet-https]
Het is pas veel later, tijdens onze terugreis richting zuiden wanneer we rond Huasco op zoek gaan naar een toendertijd pas beschreven nieuwe Copiapoa soort dat we oog in oog komen te staan met net in knop gekomen, bloeiende evenals tegelijk bloemen en vruchtendragende Tristerix aphyllus exemplaren.
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]

zaterdag 20 december 2008 - 00:21

Stekeltje

Wat is de natuur toch wonderlijk,en nietegenstaande het een parasiet is zijn de bloemen toch mooi. En zo te zien hebben die planten daar niet teveel last van?
zaterdag 20 december 2008 - 01:20

Thuja49

PRACHTIG !

groetjes
thuja
zaterdag 20 december 2008 - 06:36

Alain1

Alain,
bedankt voor ons Kerstcadeau! En zo te lezen komen misschien nog verhalen ... trektocht door Cuba ...
Alvast een mooie intro betreffende uw parasiet. Oppervlakkig wist ik er iets over maar dat was ook al. Interessant om lezen en leerrijk.
Schitterend wat je ons nu weer laat zien!
zaterdag 20 december 2008 - 08:21

Harry54

Mooi; gaat u vooral nog even zo door.
groet harry

zaterdag 20 december 2008 - 08:28

Cactelders

Super-de-luxe !
zaterdag 20 december 2008 - 08:39

Succulentimon

Subliem!!!
zaterdag 20 december 2008 - 14:05

Wardje

Alain,

ik ben als een zuignap (geen zuiplap) aan mijn scherm gekluisterd. Wat kan jij voortreffelijk uitleggen zeg. Heel leuk. En zeggen dat dit nog maar episode 1 is. Ook genoten van de fotos met de trichocereus die een fantastische bedoorning heeft.

Marc
zaterdag 20 december 2008 - 21:14

Voeg een reactie toe

Log in of registreer om dit onderdeel te gebruiken