Geprint vanhttps://www.tuinadvies.nl/artikels/tuingrond

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.nl   /    zaterdag 28 maart 2020

Klimaat en bodemtype bepalen de plantengroei in uw tuin

 De ‘niet-levende’ omgeving van je tuin

Klimaat / Bodem: Klimaat en bodemtype zijn twee uiterst belangrijke niet-levende omgevingsfactoren van je tuin.

  • Bij klimaat denken we vooral aan temperatuur, overheersende winden en neerslag.
  • Bij bodemtype springen vooral grondsoort (klei, leem, zand), waterhuishouding en zuurtegraad in het oog!

     

Een klein beetje allernoodzakelijkste bodemkunde. Zie ook het artikel: bodemstructuur en bemesting

KLEI

Een kleibodem wordt in de volksmond dikwijls een ‘zware’ grond genoemd, waarschijnlijk omdat klei echt wel zwaar is, maar ook omdat klei zo moeilijk bewerkbaar is.

De kleideeltjes waaruit een kleibodem is opgebouwd, zijn microscopisch klein  Klei ‘klit’ dan ook heel goed samen (oals iedereen al boetserend wel geleerd heeft).

Klei laat regenwater zeer traag doorsijpelen houdt het vocht dus goed vast. maar anderzijds, wanneer klei uitdroogt, wordt het steenhard.

Kleibodems zijn meestal ook zeer voedselrijke bodems!

LEEM

Leemdeeltjes zijn enkele honderden malen groter dan kleideeltjes; maar nog steeds onzichtbaar voor het blote oog.

De leemstreken in Vlaanderen staan bekend als prima landbouwgebieden: voldoende waterdoorlaatbaarheid (maar niet te veel), hoge bodemvruchtbaarheid en een goede bewerkbaarheid.

ZAND

Een zandbodem –in de volkmond een lichte bodem- is letterlijk licht en makkelijk te bewerken.

Zandkorrels zijn vele duizenden malen groter dan kleideeltjes. Voor zover zandkorrels niet met het blote oog zichtbaar zijn, kun je tenminste de korrels voelen ‘knisperen’ wanneer je ze tussen duim en wijsvinger wrijft.  Van kneedbaarheid is geen sprake meer!

Zandbodems laten makkelijk regenwater doorsijpelen, houden het vocht dus heel slecht vast. Zandbodems zijn over het algemeen ook armere bodem.

ZUURTEGRAAD

Zuurtegraad wordt in ‘moeilijke mensentaal’ ook wel de pH genoemd en heeft weinig te maken met de smaak ‘zuur’’ die we allen veel beter kennen. Zuurtegraad heeft wel te maken met de verhoudingen van verschillende ionen (geladen moleculedelen) in het bodemwater.

Bestudeer eens de samenstelling van een fles mineraalwater. Het geeft je misschien al een beter idee van wat ‘ionen’ nu precies zijn.

Omdat we het niet te moeilijk willen maken onthouden we dat een bodem (veeleer) zuur, neutraal of (veeleer) basisch kan zijn. Wat iedereen wel logisch zal lijken is dat planten ook uitgesproken voorkeuren hebben voor ofwel zure, ofwel neutrale, of basische bodems!

lavendel voor een kalkrijke alkalische bodem (basische grond)De meeste bodems zullen niet zeer ver afwijken van een neutrale pH, of toch niet in die mate dat planten er echt uitgesproken onder gaan lijden!

Uitzonderingen zijn bijvoorbeeld venige of zeer humusrijke bodems, die uitgesproken zuur kunnen zijn. Een uitzondering van het andere uiterste zijn kalkbodems, die uitgesproken basisch zijn.

Kimaat en bodem zijn bijvoorbeeld verreweg de belangrijkste factoren die bepalen of een plantensoort al dan niet zal kunnen gedijen in een bepaalde omgeving.

En dan begint het! In West-Vlaanderen alleen al zijn er ruwweg 5 bodemtypes te onderscheiden: kustvlakte, polders (klei), zandstreek, zandleemstreek en leemstreek.

En ook op het vlak van het klimaat is West-Vlaanderen een buitenbeentje door de nabijheid van de zee, die zijn invloed tot ver landinwaarts laat voelen.

Met zo’n variatie in bodemtype en klimaat binnen West-Vlaanderen, is het maar normaal dat, al naar gelang de streek, dikwijls heel verschillende plantensoorten van nature goed zullen gedijen.

Naar dergelijke soorten wordt meestal verwezen met de term ‘streekeigen’ groen .

‘Streekeigen’ soorten zijn soorten, die van nature voorkomen in een bepaalde streek, die op die manier perfect zijn aangepast aan de lokale groeiomstandigheden van die streek en zich bijgevolg op natuurlijke wijze kunnen voortplanten in die streek.

Opgelet echter met de interpretatie! Een voorbeeldje: eenstijlige meidoorn mag dan als soort wel streekeigen zijn, plantgoed van éénstijlige meidoorn uit pakweg Italië is dit uiteraard niet! De éénstijlige meidoorn die van nature in Italië voorkomt, schiet bijvoorbeeld makkelijk drie weken vroeger in bloei dan onze Vlaamse tegenhanger. Ook in de water- en bodembehoeften zitten ongetwijfeld verschillen. Garantie op streekeigenheid heb je dus pas met een juiste combinatie van soort én van herkomst.

Hebben we deze dubbele garantie, dan spreken we soms ook van ‘autochtoon’ plantgoed.

Waarom is klimaat nog belangrijk? Het is bijvoorbeeld ook interessant te weten wat de overheersende windrichting is, zeker wanneer je tuin ‘open’ in het landschap ligt.

Deze kennis zal uiteraard je keuze voor de inplantingsplaats van je terras beïnvloeden.

Fraaie elementen:
Mooie elementen – een monumentale boom, een zichtlijn op een open landschap, een kerktoren enz. - in de omgeving van je tuin kun je bij je ontwerp zichtbaar houden d.m.v. doorkijkjes.

Storende elementen:
In ons dichtbebouwde landje is de omgeving niet altijd even fraai. Bovendien zorgt die dichte bebouwing ervoor dat ook de behoefte aan privacy meespeelt bij een tuinontwerp.

Je kunt op verschillende manieren zorgen voor afscherming.

Bekijk eerst vanwaar de ‘indringer’ komt. Is er een inkijk van op een verdieping van aanpalende gebouwen of van op de begane grond? Storen er landschapselementen laag bij de grond of staan ze in de hoogte?

Ook dat duid je aan op je ontwerpschets.

#496

Bron: Provincie West-Vlaanderen