Geprint vanhttps://www.tuinadvies.nl/artikels/struik_geur_voorjaar

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.nl   /    woensdag 20 november 2019

Lekker geurende sierheesters in de lente (deel 2)

Lekker geurende sierheesters in de lente (deel 2)

In dit tweede deel komen de minder bekende heesters aan bod. Het is niet mijn bedoeling om alle mogelijke geurende struiken te vernoemen, maar alleen deze die bij enkele gespecialiseerde kwekers in België en Nederland verkrijgbaar zijn. Eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen dat ik ook niet alle van de nu voorgestelde heesters persoonlijk gezien heb.


Corokia buddleioïdes is een grote heester of kleine boom uit Nieuw Zeeland en lijkt goed op de vlinderstruik /  Buddleia (vandaar zijn naam). Hij verliest zijn mooie grijsgroene blad in de herfst. De zuiver gele bloemen ontluiken in mei. Hij houdt van droge grond en staat liefst een beetje beschut tegen de koude oostenwind. In de zomer is de struik nog eens mooi door de rood - zwarte bessen die in trosjes aan het uiteinde van de takken hangen.

 

Decumaria barbara: een zelfhechtende klimplant afkomstig uit het zuidoosten van de Verenigde Staten. De donkergroene lederachtige bladeren blijven ook in de winter aan de struik. Een familielid van de hortensia en houdt dus ook van wat schaduw en vochthoudende grond. De roomwitte bloemetjes verschijnen eind mei en ruiken naar honing. Vlinders zijn er enorm door aangetrokken. De struik kan tot 8 m hoog worden. Hij bloeit alleen als hij kan klimmen, dus als hij tegen een muur geplant wordt is alles in orde.

 

Jamesia americana is familie van de boerenjasmijn (Philadelphus) en heeft bloemen die lijken op deze van de oranjebloesem. De bloemen hebben een vluchtige zoete geur. Deze struik komt uit de bergstreken van West-Amerika en is bijgevolg goed winterhard. Hij staat best in goed doorlatende leemgrond. Het gerimpelde blad verkleurt geel en roze in de herfst.

 

Osmaronia cerasiformis (nog zo’n naam!) bloeit in april met hangende bloemtrossen die ruiken als rozen. De struik wordt maximum 4 m hoog en breed. Er zijn mannelijke en vrouwelijke planten en deze laatste zijn de mooiste. De glanzende bladeren verkleuren mooi in de herfst. Een beschutte standplaats verdient aanbeveling want de heester is niet volledig winterhard.

 

Paulownia tomentosa of de tempelboom wil ik niet achterwege laten, niettegenstaande deze snelgroeiende boom beschouwd wordt als een onkruid. Inderdaad de miljoenen zaden verspreiden zich in alle richtingen en kiemen op om het even welke plaats. Maar toch zijn er grote voorstanders van deze boom, waaronder de voormalige keizers van China. In april komen de prachtige lichtblauwe, klokvormige bloemen aan de nog bijna kale takken en ze geuren heerlijk. Ook het hout van de Paulownia is zeer gegeerd en wordt gebruikt in de meubelindustrie. De bladeren kunnen soms tot 1 m lang worden en de boom groeit ongeveer 2 m per seizoen. Maar hij mag ook sterk gesnoeid worden om hem in toom te houden.

 

Petteria ramentacea komt uit Montenegro (voormalig Joegoslavië) en is goed winterhard. Hij is verwant aan de brem en bloeit ook met gele vlinderbloemen. Ook de bladeren zijn zoals deze van de brem. De zaden zijn giftig.

 

Prinsepia sinensis is een bladverliezende kleine struik (max. 2 m) met een mooie ronde vorm en glanzend groene bladeren. Hij bloeit in april met lichtgele bloemen. De bloemen worden gevormd op oud hout. P uniflora geurt meer. Deze struik is afkomstig van China. Zeer winterhard. Verkiest een eerder droge grond. Na een warme zomer rijpen de bessen die op kersen lijken en eetbaar zijn.

 

Pterostyrax hispida kan 5 à 7 m hoog worden en de bladeren tot 15 cm lang. De roomwitte, lange bloemtrossen komen in mei aan het uiteinde van de takken en geuren naar kamperfoelie. Hij is zeer winterhard en groeit niet vlug. Gedijt in iedere grondsoort en verdraagt ook luchtvervuiling. Is afkomstig van China en Japan. P. corymbosa lijkt er goed op en is eveneens geurend. Deze heester verdient beter gekend te zijn en zou in de stadsparken of  ook in de tuin een mooie blikvanger zijn.

 

#316

Auteur: Noël Sieuw