Geprint vanhttps://www.tuinadvies.nl/artikels/struik_geur_lente

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.nl   /    woensdag 17 juli 2019

Welriekende heesters in het voorjaar (deel 1)

Lekker geurende sierheesters in de lente (deel 1)

Bloemengeuren zijn moeilijk te definiëren. Verder dan een vage omschrijving als: 'Het ruikt naar…' of 'Het heeft iets van…' raken we gewoonlijk niet. De geuren die de planten en bloemen afscheiden bestaan meestal uit meerdere vluchtige stoffen, die niet altijd in gelijke hoeveelheden vrijkomen. Bij droog en warm weer zal een bloem anders ruiken dan bij koud en vochtig weer en dan zijn er ook bloemen die overdag bijna geurloos zijn om ’s avonds en ’s nachts de volle lading vrij te geven. En toch kunnen we ons bepaalde geuren zonder moeite herinneren. Terwijl ik dit zit te schrijven kan ik mij perfect de geur van seringen voor de geest halen of die zwoele geur van de Brugmansia op een warme zomeravond.

Maar ik loop terug vooruit, dit artikel gaat over lentebloeiers.

Er is een ruime keuze. In dit eerste deel komen de heesters aan bod en misschien kunnen we beginnen met de beter bekende. Hier volgt een korte beschrijving. Het is niet de bedoeling om van iedere heester alle kenmerken, teeltinstructies,... te vermelden. Dit is eerder een richtlijn voor iemand die nog op zoek is naar een struik en die net dat ietsje meer wil.

Akebia quinata is een klimplant die bloeit in april met paars - bruine klokjes in trossen en die een kruidige geur hebben. De handvormige bladeren blijven aan de plant in een zachte winter. De plant is niet zelfhechtend en moet een steun hebben om zich rond te slingeren. Op het einde van de zomer vormen zich de 10 cm lange purperen vruchten.

 

Choisya ternata is een bladhoudende heester die bloeit in april - mei en soms nogmaals op het einde van de zomer, maar dan minder uitbundig. De witte bloemen hebben de geur van oranjebloesem en wordt daarom Mexicaanse oranjebloesem genoemd. (deze plant is echter niet van de zelfde familie) Er zijn mooie cultivars zoals ‘Sundance’ en ‘Moonsleeper’ met gele bladeren en ‘Aztec Pearl’ met fijn, diep ingesneden groen blad. Verkiest een warme en beschutte standplaats.

Clematis: in dit bekende en geliefde klimplantgeslacht zijn er enkele soorten die naast een weelderige bloei ook nog een toemaatje hebben. C. armandii staat in april al te pronken met zijn witte bloemen die een zware geur verspreiden. Best te genieten wanneer je op een paar meter afstand staat. Met je neus in de bloemen kunnen ze onaangenaam ruiken. Deze clematis behoudt zijn glanzend groene blad ook in de winter, maar vraagt een beschutte standplaats. C. montana  en sommige cultivars ervan hebben een amandelgeur. Ze bloeien in mei. Naargelang de cultivar met witte of roze bloemen. Hij moet wel een beetje in toom gehouden worden want hij kan zonder moeite 10 m hoog worden. C. cirrhosa is ook een bladhoudende en vroegbloeiende soort, maar blijkt niet voldoende winterhard.

Cytisus battandieri of de ananasbrem toont zijn gele bloemen eind mei. Zoals de naam laat vermoeden ruiken de bloemen naar ananas. Het is een ietwat warrige plant die een goede snoei nodig heeft om een mooie vorm te behouden. De grijsgroene bladeren blijven aan de struik zolang het niet hard vriest. Heeft de reputatie niet winterhard te zijn, dus een beschutte standplaats is aangewezen.

 

Daphne x burkwoodii is een mooi bladhoudend  struikje (max. 2m hoog) en bloeit in mei met lichtroze, heerlijk geurende bloemen in trosjes. ‘Astrid’ en ‘Carol Mackie’ hebben resp. witgerande en geelgerande blaadjes. D. tangutica draagt witte bloemen met een lichtpaars hartje in mei en de glanzend donkergroene bladeren blijven ook in de winter aan de plant. Wordt maar 1 m hoog. Zeer winterhard. Alles aan deze heesters is giftig!

 

Eleagnus angustifolia, de Russische olijfboom,(de bladeren en vruchten lijken sterk op die van de olijf) bloeit in mei met gele bloemetjes. Ze hebben een sterke zoete geur. Hij kan tot 5m hoog en breed worden. E. commulata is grijsbladig, maar de bloei is ook geel. Deze kan nog groter worden en zonder snoei bereikt hij al vlug een hoogte van 10m.

 

De bloei van Fothergilla major lijkt op een flessenborstel. De witte bloempluimen verschijnen in april. Het is een trage groeier en wordt niet veel hoger dan 2m. In de herfst verkleuren de bladeren naar geel, oranje en rood en wordt dan nogmaals een blikvanger. Een nadeel zijn de grondscheuten die veelvuldig opkomen en moeten verwijderd worden, anders gaat hij woekeren.

 

Malus coronaria of de sierappel is meer gekend om zijn decoratieve vruchten die zeer veel gebruikt worden in bloemstukken dan om zijn bloesem. Nochtans is de bloei overweldigend mooi en de geur bedwelmend. Ik was ooit op een kwekerij waar vele mooie cultivars naast elkaar stonden te bloeien in pasteltinten van bijna wit tot roze en waar de lucht verzadigd was van hun zoete geur. Zeker de moeite waard om in de tuin te proberen.

Osmanthus of schijnhulst wordt zo genoemd omdat de bladeren op deze van de hulst lijken maar daarmee houdt elke vergelijking op. O. burkwoodii heeft donkergroene glanzende bladeren die lichtjes getand zijn en die het jaar rond aan de takken blijven en tooit zich met ontelbare roomwitte klokvormige bloemen in april. O. delavayi heeft een meer getand blad en zuiver witte bloemen en O. decorus heeft een gave bladrand . Allemaal kleine struiken maar groot in sierwaarde.

De boerenjasmijn of Philadelphus  bestaat in enorm veel verschillende soorten. Tel daar nog de cultivars en hybriden bij en je raakt er helemaal niet meer aan uit. Enkel- of dubbelbloemige, voor elk wat wils. P. coronarius en de geelbladige ‘aureus’ zijn de beste waar het om de geur gaat. Let op! Niet alle cultivars hebben de geur geërfd. P. microphyllus en P. schrenkii jackii zijn ook een goede keus. Als je er een gaat kiezen doe het dan wanneer hij in bloei staat, dan ben je zeker dat je de juiste hebt.

Poncirus trifoliata is wél familie van de sinaasappel, maar hij is bladverliezend. Deze heester is goed winterhard. Hij bloeit in april met witte bloemen die ook geuren zoals die van de citrus. Een nadeel zijn de lange en scherpe stekels op de takken die gevaarlijk kunnen zijn voor kinderen (misschien de reden waarom hij niet vaak aangeplant wordt). In de zomer vormen zich de op citroenen lijkende vruchten die niet eetbaar zijn.

Ribes odoratum: de alpenbes is ook een plaatsje in de tuin waard. De gele bloemen waarmee de struik getooid is in april zijn een genot voor onze reukzin. De bessen die later komen zijn eetbaar maar worden niet door iedereen geapprecieerd (sterke cassissmaak). Regelmatig snoeien om de vorm te behouden is nodig. R. gayanum is minder gekend maar even kwistig met zijn geur.

 

Skimmia japonica komen we overal tegen. Sommigen noemen hem oervervelend maar wanneer de bloemknoppen zich openen in april - mei kan er weer een woord van waardering af. De cultivars ‘Rubella’ met lichtroze (bijna witte) bloemen en ‘Kew Green’ met geel - witte bloemen zijn de meest gekende.

 

 

Wat moet er nog gezegd worden van de sering (Syringa vulgaris)? Dat niet alle cultivars even kwistig zijn met hun parfum! De keuze wordt bijzonder moeilijk want er zijn meer dan 1000 geregistreerde cultivars. Toch zijn het merendeel ervan heerlijk geurend. Naast de gewone sering zijn er nog andere soorten die een mooiere vorm hebben én geur zoals:

S. hyacinthiflora, S. microphylla ‘Superba’, S. pubescens ssp. patula ‘Miss Kim’, S. velutina venosa, S. wolfii, S. x chinensis. Van klein tot groot, er is keuze genoeg. Alleen kan geen enkele van deze soorten de geur van de gewone sering evenaren.

Als ik voor deze rubriek een favoriet zou moeten aanduiden dan zou ik kiezen voor Viburnum. In april V. x burkwoodii, roze in knop en witbloeiend. Ook V. carlesi is op dat moment in bloei. Alle cultivars zijn even geurend en dé topper is ‘Anne Russell’. Die kan wedijveren met de seringen! Allemaal traag groeiend en dienen bijna niet gesnoeid te worden. In mei is het de beurt aan V. x carlcephalum met zeer lichtroze bloemen in bolvormige trossen. Deze heester is in alles iets groter en kan uiteindelijk 5m hoog en breed worden.Viburnums groeien in elke grond.

Wisteria is de afsluiter. De blauwe regen zoals hij wel genoemd wordt is niet altijd blauw, er zijn cultivars met witte of roze bloemtrossen. W. sinensis bloeit in mei, W. floribunda iets later. Deze slingerplanten kunnen zeer agressief zijn en hebben een stevige steun nodig. Koop de wisteria van uw keuze wanneer hij in bloei staat want alleen geënte planten gaan relatief vroeg bloeien, gezaaide planten kunnen er meer dan 10 jaar over doen voor er iets van bloei te zien is. W. venusta is witbloeiend en de cultivar ‘rosea’ roze bloeiend, (of wat had je gedacht) en de best geurende. Toch nog even meegeven dat de zaden van deze klimplanten giftig zijn

#315

Auteur: Noël Sieuw