Geprint vanhttps://www.tuinadvies.nl/artikels/plantcombinaties_en_combinatieteelt

Plantcombinaties en combinatieteelt

Combinatieteelt gaat over het gelijktijdig telen van verschillende gewassen, waar wisselteelt juist over het na elkaar telen op dezelfde plaats van gewassen gaat. Deze twee technieken kunnen goed met elkaar worden gecombineerd.

Sommige planten versterken elkaar; ze houden bijvoorbeeld elkaars vijanden weg. Door combinatieteelt in de moestuin toe te passen, wordt vraat voorkomen, blijven gewassen gezond en is de kans op een gezonde en ruime oogst groot.

Combineren van gewassen wil niet zeggen dat ze ook pal naast of door elkaar moeten staan. In de natuur is dat wel zo: ongerepte natuur is 1 grote combinatieteelt. Deze natuurlijke combinatieteelt wordt plantengemeenschap genoemd.

Oost-Indische Kers (Tropaeolum majus)In de moestuin kunnen rijen groenten worden gecombineerd, of een rand van een ander gewas kan rond een groentebed worden gezet. Maar er is niks op tegen om gewassen toch door elkaar te zetten bijvoorbeeld de vangplant Oost-Indische Kers (Tropaeolum majus) tussen de courgettes. Ziet er nog leuk uit ook en net als de bloemen van de courgettes zijn die van de Oost-Indische kers eetbaar.

De Oost-Indische kers trekt plaaginsecten aan die anders de courgetteplanten zouden belagen; klassiekers in de combinatieteelt zijn combinaties van uien en wortels, aardbeien en sla of tuinbonen en courgettes.

Goudsbloemen (Calendula) geven stoffen af waar witte vlieg en aaltjes niet van houden. Ook afrikaantjes (Tagetes) houden aaltjes op afstand. Gewassen als bieten, tomaten en aardappelen profiteren daarvan.
Het is van belang dat de gewassen tegelijkertijd groeien: met het afsterven van bijvoorbeeld de afrikaantjes verdwijnt ook de invloed op andere planten.

Gewassen in combinatieteelt kunnen elkaar gunstig beïnvloeden. Niet alleen door elkaars vijanden weg te houden, maar ook door bescherming tegen andere bedreigingen. Hoge planten beschermen lager groeiende tegen harde wind. Een rijtje stokbonen beschermt windgevoelige gewassen als jonge spinazie en uitlopende aardappelen tegen harde wind. Vlinderbloemigen als bonen binden met behulp van bacteriën stikstof uit de lucht tot voor planten opneembare stikstofverbindingen. Door een stikstofgrootverbruiker als maïs naast bonen te planten, wordt de maïs op zijn wenken bediend.

Combinatieteelt kan ook gewoon heel praktisch zijn. In een kleine moestuin is het soms passen en meten met de beschikbare ruimte. Dan is het handig om diep wortelende planten (wortels) te combineren met oppervlakkig wortelende gewassen zoals koolrabi. Tussen de hoog opgaande tomatenplanten is vaak nog ruimte over voor spinazie.

De 3 gezusters

Een combinatie van maïs, bonen en pompoen; een klassieker van de combinatieteelt. De combinatie werd al ver voor de ontdekking van Amerika door de Azteken toegepast. Het Nederlandse klimaat verschilt echter sterk van de tropische omstandigheden aldaar. Dit is meteen ook de verklaring waarom deze combinatie in onze gematigde streken minder goed werkt.

de 3 gezusters

De Azteken begonnen met het zaaien van maïs, bij voorkeur in aarde die met rotte vis was bemest. Zodra de maïs tot een hoogte van 15 tot 20 centimeter was uitgegroeid, werden de bonen en de pompoenen uitgezaaid – steeds om en om. De drie gewassen hielpen elkaar: aan de stevige maïsstengels hadden de bonen een gedeeltelijke de pompoenen een mooi klimrek. De pompoen breidt zich ook over de grond uit en hout daardoor het onkruid weg en beschermt met haar grote bladeren de bodem tegen uitdroging. Maïs geeft de pompoenen schaduw en de bonen ten slotte brengen stikstof in de grond. Ons klimaat is te koel voor deze combinatie: het moment waarop de maïs hoog genoeg is om de bonen te kunnen zaaien, is het zaaiseizoen van de bonen voorbij. Een kascultuur of een zonnige besloten stadsmoestuin biedt nog enige kans van slagen. Twee gezusters kan wel: maïs en pompoenen kunnen samen optrekken met de eerder vermelde voordelen van dien. De beoogde stikstof uit de bonen zal extra moeten worden toegevoegd.

Voorbeelden van nuttige combinatiegewassen

Tot de echte vanggewassen behoren Oost-Indische kers (trekt bladluis, de rups van het koolwitje, wittevlieg en wortelvlieg aan), Afrikaantjes (trekt wortelvlieg aan) en raketblad (trekt aardappelaaltjes aan). Ook nuttig: lavendel houdt bladluis op afstand en goudsbloemen weren aaltjes en witte vlieg. Ook zonnekruid (Helenium) en kogeldistel (Echinops) weren aaltjes, zegekruid (Nicandra physalodes) weert witte vlieg.

Net zo goed als er planten zijn die het samen goed kunnen vinden, zijn er ook planten die elkaar maar moeilijk kunnen verdragen. Aardappels en tomaten bijvoorbeeld, of erwten en knoflook.

Niet alleen voordelen

Sommige combinaties mogen dan wel gunstig zijn voor de teelt, niet alle combinaties zijn even praktisch. Bemesting kan een probleem zijn als gewassen gecombineerd worden die verschillen in behoeft aan voedingsstoffen. Het beste is om behoefte en hoeveelheid bemesting mee te nemen in de te vormen combinaties, zoals ook bij wisselteelt gebeurt.

 

Meer info over de grond, de seizoenen, zaaien, verzorgen en oogsten? 
Lees meer in het boek Handboek Moestuin door Bram Wolthoorn


#5308

Bron: Distrimedia