Geprint vanhttps://www.tuinadvies.nl/artikels/koekoek_vogel?selectCountry=1

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.nl   /    dinsdag 23 juli 2019

De koekoek: Europees broedparasiet

De koekoek

Iedereen hoort hem wel eens in de verte, de koekoek (Cuculus canorus). Kenners zullen gemerkt hebben dat z'n komst merkelijk later was dit jaar. De late winterprik hield de koekoek dan ook tegen om van ons land z'n jaarlijkse broedgebied te maken maar eindelijk is hij daar, koekoek koekoek, toch een vreemde vogel.

Indien je de typische roep van de koekoek hoort dan weet je dat een mannetje ergens hoog in de bomen zijn territorium afbakent. Hij zit in een boomtop of op een mast met afhangende vleugels en een opstaande staart en roept zijn naam. Tijdens het vliegen zal de roep anders klinken, door de vluchtinspanning zijn de tonen lager en is het interval korter.
De koekoek is een middelgrote slanke vogel met spitse vleugels en een lange staart. De bovendelen van het mannetje zijn donkergrijs, de borst is iets lichter van kleur en de onderbuik is gestreept. De iris en de snavelbasis zijn geel. Volwassen vrouwtjes lijken sterk op de mannetjes maar hun borstkleur is eerder roestbruin tot geel. Er is ook een bruine verschijningsvorm van het vrouwtje, deze is eerder zeldzaam. Bij het vrouwtje zijn de iris en de snavelbasis lichtbruin. De combinatie van de kleur, de spitse vleugels en de lange afgeronde staart doet de koekoek in de vlucht sterk op een sperwer (Accipiter nisus) lijken.
Jonge vogels zijn leigrijs met roestbruine vlekken, hun verenkleed is volledig gestreept en ze hebben een witte vlek in de nek. Hun iris is donkerbruin.


Een koekoeksjong op het veel te krappe nest van een kleine karekiet.
De pleegouders vliegen af en aan om de grote honger van hun valse jong te kunnen stillen.

Deze insecteneter heeft slechts één strategie, zoveel mogelijk jongen voortbrengen in zo'n kort mogelijke periode. Tijdens haar korte verblijf in het broedgebied legt het vrouwtje zo'n 20 à 25 eieren in evenveel nesten van verschillende zangvogels. Eén ei per nest, de kleine karekiet (Acrocephalus scirpaceus) en de heggemus (Prunella modularis) zijn de favoriete slachtoffers van dit broedparasitisme. Terwijl het mannetje de waardvogel in sommige gevallen afleidt, legt het vrouwtje haar ei in het vreemde nest. Ze kan zelfs haar eileider uit de cloaca verlengen om haar ei in het kleine nestbuideltje van het winterkoninkje (Troglodytes troglodytes) te leggen. Meestal neemt ze vooraf enkele eieren van de waarvogel uit het nest. Na een zeer korte broedtijd van 12 dagen komt de jonge koekoek uit het ei. Instinctief zal hij andere jongen en eieren onmiddellijk uit het nest duwen. Enkele uren na het uitkomen is de jonge koekoek de enige nestbewoner en een handvol voor de waardvogels. Door het aanbrengen van snelle geluidssignalen spoort de jonge vogel zijn pleegouders aan tot het brengen van voedsel. Al snel zal deze kleine koekoek het veel te kleine nest ontgroeien. Na twintig dagen verlaat het jong het nest, vaak zie je ze nog bedelend op een paaltje waarna de veel kleinere waardvogel op de rug van de koekoek landt om het jonge dier te voederen.

Na twee jaar zal de jonge vogel geslachtsrijp zijn en het vreemde gedrag van zijn soortgenoten verder zetten. Een zomervogel met een vreemde missie, de koekoek.

#3488

Auteur: Thomas
Redactie Tuinadvies
http://www.tuinadvies.be/tuin/145930/thomas-p