Geprint vanhttps://www.tuinadvies.nl/artikels/eenjarige_planten_zaaien

Zaaien van eenjarige planten: wanneer en hoe zaaien?

Het opkweken van eenjarige planten

Sluit je ogen en met een beetje fantasie stel je jezelf voor dat het zomer is. Je tuin staat vol met bloeiende planten in prachtige kleuren. Het is één weelderige bloemenzee. Doe nu je ogen maar weer open. Voorbij is de droom. Maar als je nu aan de slag gaat, wordt het misschien wel werkelijkheid!

Het is niet moeilijk om eenjarige planten te zaaien. Het aantrekkelijke is dat je zo snel resultaat hebt. Bovendien heb je, als je zelf zaait, de mogelijkheid om planten op te kweken die niet of nauwelijks te koop worden aangeboden.

Er kan worden gezaaid in bakjes of potten, dat maakt niet uit. Het is wel belangrijk dat de bakjes of potten schoon zijn. Gebruikte potten kunnen sporen van schimmels bevatten en daar zijn net gezaaide plantjes gevoelig voor. Met heet water en soda kunnen de potten afgewassen worden. Het water moet snel kunnen weglopen dus er moeten gaatjes in de bodem zitten. De potten worden gevuld met een mengsel dat bestaat uit twee delen grond en een deel zand. Om te voorkomen dat dit mengsel bacteriën en schimmels bevat, kan het voor het zaaien in de oven of magnetron verhit worden (In de oven een half uur op 130 graden; het gaat wel stinken). Er is ook kant-en-klare zaaigrond te koop. Druk dit mengsel goed aan, vooral bij de randen. Dan wordt er water gegeven zodat de zaden op een vochtige ondergrond terecht komen.

Zaaien

Zaai vooral niet te dicht opeen, dat komt de kleine plantjes niet ten goede. Bij grotere zaden is dat heel eenvoudig, die leg je waar je ze hebben wilt. Fijne zaden kun je mengen met zand om te zorgen dat je niet te dik zaait. Dat zand strooi je gelijkmatig over het grondmengsel. Het zaaisel wordt bedekt met een dun laagje grond, dat licht wordt aangedrukt.

De meeste planten kiemen in het donker. Er zijn echter ook zaden, die licht nodig hebben om te kiemen. Die worden uiteraard niet met een laagje grond bedekt. Lichtkiemers zijn bijvoorbeeld basilicum (Ocymum basilicum) en leeuwenbekjes (Antirrhinum). Meestal staat dit wel op het zakje aangegeven.

Om te kunnen kiemen, hebben de zaden vocht en warmte nodig. De voorkeur verschilt wel maar belangrijk is, dat het zaaisel niet uitdroogt en de temperatuur op ongeveer 20°C wordt gehouden. Dit is in een kasje/serre makkelijker te doen dan in huis. Als je over vloerverwarming beschikt, kun je daar de plantjes op zetten, vooropgesteld dat je er dan niet over struikelt.

De snelheid van kiemen loopt zeer uiteen. Sommige planten komen op na enkele dagen terwijl andere daar meerdere weken voor nodig hebben. Vaak staat de kiemduur aangegeven op de verpakking. Zaden met een harde of dikke schil kunnen een beetje geholpen worden door de buitenkant even te vijlen of de zaden een aantal uren te weken in een bakje lauw water. Dat kun je bijvoorbeeld bij de Lathyrus doen.


Zaden laten weken.

Het boven de grond komen van de eerste blaadjes is elke keer weer een wondertje op kleine schaal. Het blijft een ervaring die vreugde schenkt en al het werk meer dan de moeite waard maakt.

Als het zaad gekiemd is, spreken we van kiemplantjes. Deze hebben in de meeste gevallen twee blaadjes, de kiemblaadjes. De kiemplantjes hebben veel licht nodig, anders gaan ze ‘rekken’, dit wil zeggen dat ze naar het licht gaan groeien. Daardoor ontwikkelen ze zich tot zwakke ‘sprieterige’ plantjes. Wanneer je veel bakjes in huis gezaaid hebt, bezorgt dit stadium het meeste problemen! Vol zorg sta je dan bij volgepakte vensterbanken met naar licht hunkerende plantjes. Zeker als er zich onder die vensterbanken een centrale verwarming bevindt, want dan bestaat het risico op uitdroging. Zaaien is dan wel niet moeilijk maar het vraagt wel aandacht!

Als een tweede paar blaadjes is ontwikkeld, kunnen de plantjes worden verspeend. Ze worden iets ruimer gezet. Dit gebeurt voorzichtig, om de tere worteltjes geen schade toe te brengen. Met behulp van bijvoorbeeld een klein lepeltje of etiket wordt het plantje uit het potje gewipt. Maak met een stokje of met de achterkant van een potlood een gaatje op de plek waar het plantje wordt gezet. Bij snel groeiende planten kan het soms nodig zijn om meermaals te verspenen maar meestal hoeft dat niet.

 

Wanneer zaaien

De tijd die de planten nodig hebben om zich te ontwikkelen en te gaan bloeien, verschilt nogal onderling. Planten die daar veel tijd voor nodig hebben, worden vroeg gezaaid in huis, serre of kas.

Dat geldt voor de Cleome hassleriana, ofwel de kattensnor. De Nederlandse bijnaam dankt de plant aan de uitsteeksels die als de lange haren van een kattensnor rondom de bloem te zien zijn. Hiervan kun je zaad “op kleur” kopen, zodat je goed uitgedachte combinaties kunt maken. “Cherry Queen” is licht kersenroze, “Violet Queen” neigt naar purper en uiteraard is: “White Queen” een wit bloeiende kattensnor. Onovertroffen in de witte tuin!

De kattensnorren kun je vanaf februari zaaien.

Sommige planten kiemen en groeien snel. Die zaai je later. Een snelle groeier is de siererwt ofwel de Lathyrus odoratus. Deze bestaat in vele kleuren èn geuren. De siererwt is een eenjarige klimplant. Hij is niet alleen gemakkelijk uit zaad op te kweken, hij groeit ook zonder speciale zorgen. Als er maar genoeg mest is want het is een veelvraat!

Als je de Lathyrus in maart zaait, heb je vroeg in de zomer bloeiende planten. Later zaaien kan ook.

Als je te vroeg met zaaien begint, heb je al snel meer ruimte nodig dan er beschikbaar is. De meeste eenjarigen mogen namelijk pas na half mei naar buiten. Niet alle eenjarigen zijn even gevoelig. Het juffertje-in-het-groen, de Nigella, kun je vanaf maart buiten in de volle grond zaaien.

Er zijn planten, die geen vertakt wortelstelsel vormen maar een penwortel. Als deze wortel beschadigt, leidt dat onherroepelijk tot de dood van de plant. Het is daarom beter om planten met een penwortel niet te verplanten maar direct te zaaien op de plaats waar je ze hebben wilt. Dat geldt voor papavers, voor éénjarige riddersporen (Consolida regalis), voor dille (Anethum graveolens), amandelroosje (Clarkia), Adonis en gipskruid (Gypsophila viscosa).

Je kunt deze planten wel voorzaaien als je gebruik maakt van turfpotjes. Deze potjes graaf je met plant en al in de grond en het potje verteert of de wortel groeit er doorheen. Zelf geef ik daar niet de voorkeur aan, omdat de turfpotjes extra aandacht vragen om uitdroging te voorkomen.

Planten die binnen of in een kas zijn opgekweekt, kun je niet meteen in de grond zetten zodra ze daar groot genoeg voor zijn. Ze zullen eerst moeten wennen aan de omstandigheden buiten. Zet ze buiten als het niet te hard waait en niet al te koud is. Felle zon moet worden vermeden. ‘s Nachts gaan de plantjes weer naar binnen. Dat proces van geleidelijke gewenning aan de buitenlucht heet afharden. Als de planten eenmaal zijn afgehard, kunnen ze doorgaans veel verduren. De meeste eenjarigen hebben graag volle zon. Er zijn natuurlijk ook uitzonderingen zoals het vlijtig liesje (Impatiens walleriana) dat graag in de schaduw staat.

Een eenjarige plant heeft zijn hele levenscyclus binnen één seizoen. Kiemen, groeien, bloeien en zaad vormen, alles binnen enkele maanden. Zolang de plant geen zaad heeft gevormd, wordt de ontwikkeling van nieuwe bloemen gestimuleerd. Het wegknippen van uitgebloeide bloemen zorgt dus voor een langere bloei. Maar een mooi boeketje afsnijden mag natuurlijk ook!

De lange en weelderige bloei van eenjarige planten zorgt voor veel kleur en variatie in de tuin. Tot de vorst in het najaar invalt, kun je genieten van deze bloemenpracht. Tegen die tijd zorg je natuurlijk wel dat je zaad hebt verzameld van de planten, zodat je volgend jaar weer aan de slag kunt. Succes! 


#2451

Auteur: Martje van den Bosch
www.detuinenindemen.nl