Geprint vanhttps://www.tuinadvies.nl/artikels/ecologisch_tuinontwerp

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.nl   /    donderdag 19 september 2019

Open en gesloten ruimtes in de tuin ondergaan successie.

Een ecologische siertuin ontwerpen, aanleggen en beheren.
De groene bouwstenen van een ecologische siertuin …

Als je tot op dit moment ons stappenplan volgde, dan heb je al een zeer goed idee van de randvoorwaarden waarbinnen je uiteindelijke ontwerp vorm moet krijgen.

Dit hoofdstuk bespreekt specifiek de ‘groene bouwstenen’ waarmee je aan de slag kunt.

In een goed ontwerp is er een geslaagde verhouding tussen wat we noemen ‘open’ en ‘gesloten’ ruimte.

De open ruimte wordt gevormd door alles wat laag is en waar we dus overheen kunnen kijken: gazon, borders, paden, vijver enz.

De gesloten ruimte omvat alles wat zich op ooghoogte en hoger bevindt: bomen, struiken, hagen, gebouwen.

Open en gesloten ruimte in de ecologische siertuin zijn in zekere zin steeds ‘imitaties’ van open en gesloten ruimten zoals ze voorkomen in de vrije natuur. Als we onze tuin willen leren begrijpen, zullen we de natuur moeten leren begrijpen.

Laat je de natuur haar gang gaan, dan blijft een kale bodem nooit onbedekt. Een kale bodem of onbegroeide waterplas maakt steeds een ontwikkelingsproces door. Dat proces heet successie.

De kennis van dat natuurlijke proces is van onschatbare waarde. Je gaat inzien waarom planten zich op bepaalde plaatsen vestigen. Het wordt je ook duidelijk welke gevolgen spitten of schoffelen, kappen of maaien kan hebben. Deze kennis gebruik je bij het beheer van je tuin.

Successie… is een term die aanduidt dat een plantaardige ‘natuurlijke’ begroeiing bijna steeds in evolutie is.

Successie verloopt in vier stadia die elkaar opvolgen:
PIONIERSVEGETATIE, GRASLANDVEGETATIE, RUIGTEKRUIDENVEGETATIE en BOSVEGETATIE.

PIONIERSVEGETATIE …

…is de allereerste vegetatie die zich vestigt op een kale bodem, kale grond blijft immers nooit zomaar ‘naakt’ liggen. De successie komt op gang.


Pioniersvegetatie zijn planten die over het algemeen massaal zaad produceren, dit zaad zeer makkelijk verspreiden, snel kiemen, snel groeien en snel bloeien.

Hun missie: om als eerste pas vrijgekomen grond te gaan koloniseren en liefst nog zo massaal mogelijk!

Pioniersvegetatie zijn meestal eenjarigen (zij vervolbrengen hun hele cyclus van kieming over zaadzetting tot afsterven in slechts één groeiseizoen); soms zijn het ook tweejarige planten. (De meeste tweejarigen vormen het eerste jaar enkel een wortelrozet en bloeien pas het jaar daarop).

Enkele typische voorbeelden zijn de klaproos, kamille, perzikkruid.

GRASLANDVEGETATIE

… krijg je korte tijd na een pioniersvegetatie. Meestal het volgende groeiseizoen al als je deze laatste spontaan verder laat evolueren. Grassen hebben iets meer tijd nodig om zich te vestigen, maar concurreren op termijn makkelijk de pioniersvegetatie weg.

Het gras vormt een ondoordringbare begroeiing voor de pioniersplanten, die verdwijnen. In een graslandvegetatie komen ook graslandkruiden voor.
In tegenstelling tot pioniersvegetatie hebben graslandkruiden een meerjarige levenscyclus, (Dezelfde plant overwintert meermaals en komt meermaals tot bloei en zaadzetting), waardoor ze zich in een grasmat kunnen handhaven.

Dikwijls kunnen ze zich ook voortplanten met worteluitlopers, nog een reden waarom ze de concurrentie met grassen beter aankunnen.

Graslandkruiden zijn fraai. Je past ze vaak toe in je tuin. Veelgebruikte inheemse soorten zijn margriet, duizendblad, langbladige ereprijs, uitheemse ‘tuinplanten’ zijn zonnehoed en bergamot.

 

EEN RUIGTEKRUIDENVEGETATIE

… is het logische gevolg wanneer een graslandvegetatie niet gemaaid of afgegraasd wordt.

Grashalmen leggen zich plat en sterven af, elk seizoen opnieuw! Het resultaat is een dik pak opeengestapeld gras, dat slecht verteert. Er ontstaat licht- en luchttekort. Door het vele organische afval wordt je bodem ook langzaam aangerijkt.

In deze voedselrijke situatie voelen ruigtekruiden zich op hun best (waar grassen ter plaatse verteren, waar beekslib op de berm wordt uitgekieperd, waar grasmaaisel wordt gedumpt uit tuinen,…)

Het zijn hoogopschietende kruiden die in ‘ruige’ omstandigheden de haantje de voorste zijn.

De ambassadeurs van ruigtekruiden zijn de brandnetels! Maar naast de brandnetels zijn er ook kleurrijke bloeiende ruigteplanten die tot de mooiste van onze inheemse flora horen: asters, koninginnekruid, grote kaardebol, moerasspirea en kattestaart

EEN STRUWEEL- EN BOSVEGETATIE

… is het eindstadium van successie. Binnen een ruigtekruidenvegetatie komen mettertijd zaailingen van struiken en bomen terecht. De zaden kunnen er op honderd en één manieren komen: via water, wind, vogels,…

Soms schiet in eerste instantie struweel op: meidoorn, sleedoorn, wilg, gewone vlier,...

Maar sowieso komen met de tijd de bomen. Meestal zijn het in eerste instantie lichtminnende soorten die hun zaad via de wind verspreiden: berk, wilg, els, abeel,… Het resultaat is een zogenaamd pioniersbos.

Na de lichtminnende boomsoorten kunnen onder het dichte bladerdek van een pioniersbos andere bomen kiemen, die een schaduwrijke plek verkiezen. Het pioniersbos evolueert verder naar een ‘gemengd’ bos dat bestaat uit lichtminnende soorten (berk, populier, grove den), schaduwtolerante soorten (eik, es, tamme kastanje, boskers) en schaduwminnende boomsoorten (beuk, gewone haagbeuk, esdoorn).

De massale cyclische bladval in bossen, met de vorming van humus tot gevolg resulteert in een ‘bos- of bladgrond’. Daarom is de kruidlaag in een bos ook zo specifiek. Zeer typisch zijn bijvoorbeeld het maarts viooltje, hondsdraf en later ook daslook, varens en bosanemonen.

Dergelijk gemengd bos is in ons klimaat de climaxvegetatie; het eindpunt. Zonder bosbrand, windval of kapping, blijft het bos een min of meer stabiel ecosysteem. Maar met de minste windval of kapping zetten we enkele stappen terug op de successie-ladder en beginnen we weer van voren af aan!

 

Successie: weet waarom je beheert en… beheer niet te veel

De belangrijkste les uit dit successieverhaal is kort samengevat: combineer in je verschillende open en gesloten ruimten steeds planten uit hetzelfde successiestadium!

De successiestadia bepalen immers in belangrijke mate de eigenschappen van planten:

·        eenjarigen/tweejarigen/meerjarigen

·        diep of oppervlakkig wortelgestel

·        voortplanting met zaak of met worteluitlopers

·        laag- of hooggroeiende vegetatie

·        …

Iedere plant is dus min of meer gebonden aan een bepaald successiestadium! Daardoor hebben we ook een goed idee van hun onderling concurrerend vermogen. Eenjarigen kunnen met elkaar concurreren (zij moeten dit in een pioniersvegetatie immers ook kunnen), maar naast ruigteplanten delven ze het onderspit.

Zo is ook de combinatie van graslandkruiden en ruigtevegetatie allerminst aan te bevelen, terwijl het beheer wel heel veel tijd kost. Je combineert dus het best planten uit hetzelfde successiestadium.

De open ruimte in je tuin: beheerswerk gegarandeerd!

Je tuin wordt ongetwijfeld een afwisseling van open en gesloten ruimte.

Onbegroeide open ruimte is meestal verhard (terras, oprit, …).

De begroeide open ruimte biedt echter ontelbare mogelijkheden: bloemenakkers, borders, vijvers.

Uit de successie, de ‘natuurlijke gang van zaken’, hebben we geleerd, dat open ruimte op lange termijn dicht groeit tot een bos. Een open ruimte open houden, vereist dus altijd beheer, daar kun je niet onder uit!

Zie ook de voorgaande delen:

 
#679

Bron: Provincie West-Vlaanderen