Geprint vanhttps://www.tuinadvies.nl/artikels/brem

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.nl   /    zaterdag 28 maart 2020

Brem in de volksmond ook wel bezemkruid, ginst of priemkruid.

Brem (Cytissus)

Van de vele verschillende bremsoorten is de bezembrem bij ons het meest bekend en komt hij in heel Europa in het wild voor. Hij bloeit vanaf eind april met gele vlinderbloemen meestal op zandige bodem, op de heide en op hellingen langs snelwegen. Bezembrem is een oude medicinale plant die al door de Griek Dioscurides beschreven werd. De plant werd toen gebruikt als middel tegen verstopping, heuppijn en angina.

Plantkenmerken
Op een gunstige standplaats kan brem een hoogte van 3 m bereiken. Typerend voor deze struik zijn de lange, dunne, buigzame, groenblijvende twijgen met daaraan drie bijeenstaande blaadjes. Deze zijn licht behaard.

De grote, heldergele bloemen die massaal aan de plant verschijnen, bevatten een groep meeldraden en één lange stijl. Wanneer de bloemen die slechts bestoven kunnen worden door grote insecten, voor het eerst bezocht worden, ontspannen zich de meeldraden met enige kracht zodat het insect met een lading stuifmeel overdekt wordt. Daarmee bevrucht hij de stampers van andere bloemen.

Brem bloeit op het hout van het voorgaande jaar.

De vruchten van de brem zijn lange, platte peulen die bij het rijpen zwart worden. Wanneer ze uitgedroogd zijn, kunnen zij met kracht open springen. Dan wordt het zaad ver weg geslingerd. Aan elk zaadje bevindt zich een klein sappig aanhangsel dat mieren erg lekker vinden. Zij verslepen de zaden en zorgen zo voor verspreiding van de brem.

Met deze zaden is er iets bijzonders aan de hand. Het gaat hier om zogenaamd ‘hard zaad’, dat wil zeggen: een bepaald percentage van de zaden ontkiemd door de hardheid van de schil niet. Daarmee overleeft het ook strenge winters en gebrek aan water en zal dan in het voorjaar, als het regent, ontkiemen. Op deze manier kan brem zich ook in noordelijke landen met lange, strenge winters handhaven.

De zaden zijn giftig!

Voor hazen en konijnen zijn de takken van de bezembrem een smakelijk wintervoedsel.

Soorten

Hoge soorten:

  • Genista scorpius: dit is een bremsoort met lange dorens. Hij komt voor op droge rotshellingen in West-Europa.

  • Genista cinerea: de buigzame takken zijn grijsgroen tot asgrijs. Hij groeit p droge hellingen in het westelijke Middellandse Zeegebied.

  • Sparteum Junceum – Spaanse brem: algemeen op droge bodem in warme landen.

Lage soorten:

  • Genista radiata: hij groeit op droge berghellingen in lichte dennenbossen in Midden-en Zuid-Europa.

  • Genista anglica: is te vinden in heide- en moerasgebieden en langs de Atlantische kust.

  • Genista germanica: een doornige struik op heiden, in bossen en op arme weilanden. Hij is algemeen in Europa, maar komt niet in het Middellandse Zeegebied voor.

  • Genista tinctoria (verfbrem) groeit op de heide, in het moeras en lichte bossen van Zuid-Europa en werd vroeger gebruikt om stoffen te verven.

  • Cytisus decumbens: breidt zich vlak over de grond uit. Houdt van kalkhoudende bodem en rotshellingen. Ook op magere weilanden en lichte bossen.

  • Roodbloeiende soorten zijn Cytisus purpureus en Cytisus ‘Ruby. Éen decoratieve sierbrem met roodgele bloemen is Cytisus ‘Red Wings’.

Gebruik
Takken van de brem werden vroeger als bezem gebruikt.

Als medicinale plant werkt brem hartslagregulerend, bloeddrukverhogend en kalmerend.

Je kunt ermee ook luizen bestrijden.

Brem werd vroeger in huis opgehangen om het kwaad te weren. Met een brembezem kon men het kwaad het huis uit vegen.

Misschien werkt het tegenwoordig ook nog. Het is het proberen waard.

De bremsoort Genista tinctotia (verfbrem) werd als kleurstof gebruikt.

Snoeien
Om een bossige groei te krijgen kunnen de scheuten getopt worden. Men kort de uitgebloeid takken met tweederde in boven een knop of scheut onder uitgebloeide bloemen. Volledig verjongen van de struik is onmogelijk.

Wanneer brem bij strenge vorst bevriest, zullen alleen de bovengrondse delen afsterven. In het voorjaar zal hij weer uitlopen.

 

Legende
Volgens een oude legende zou brem door de Heilige Maagd vervloekt zijn omdat de openspringende peulen zoveel lawaai maakten dat zij de Heilige Familie bijna verraden aan koning Herodes hebben.

Naamgeving
De botanische naam cytisus is afgeleid van het Griekse eiland Kythnos waar brem veel voorkomt. Scoparius komt van het Latijnse woord  scopae en dat betekent bezem. De betekenis van het Nederlandse woord brem is struik. De naam bezembrem heeft hij te danken aan het feit dat er van de takken vroeger bezems vervaardigd werden. De botanische naam genista voor sommige bremsoorten betekent eveneens bezem

  • Cytisus scoparius (botanische naam.)

  • Scotch broom(Engels)

  • Genêt à Balais (Frans)

  • Besenginster (Duits)

Nederlandse volksnamen: bezemkruid, ginst, priemkruid

Fabaceae – vlinderbloemfamilie

#597

Auteur: Brigit Kahlert
www.stemderbomen.nl